De merel en het slakkenhuis

De merel en het slakkenhuis

Tepelhoorn. Foto Koos Dijksterhuis
Tepelhoorn. Foto Koos Dijksterhuis

De huismerel die de held was in het natuurverhaaltje van afgelopen vrijdag, was alert op iedere eetbaarheid. Geen kruimel ontsnapte aan haar blik. Nu strooiden we die zo genereus, dat er ook een familie huismus en zelfs een op Schiermonnikoog zeldzame ringmus op afkwam.

Vogels hebben uitstekende ogen. Zo’n merel ziet elke kruimel, maar ook gaatjes in het gras waaronder larven of wormen zitten. Ik zie niks, maar zij boort vastberaden haar snavel in het gras en sjort er een worm uit.

Ik vond een stukgesmeten slakkenhuis op het terras. Het kapot smijten van slakkenhuizen wordt altijd aan zanglijsters toegeschreven. Vervolgens eten ze de bewoner op. Zanglijsters doen dat ook en er scharrelt steeds een zanglijster om ons huisje, maar toch denk ik dat deze segrijnslak door onze huismerel te grazen is genomen.

Dat denk ik omdat zoon en ik na onze expeditie naar de eilander oostpunt onze schelpen hadden uitgestald op de buitentafel. Er lagen wulken, een tapijtschelp, een oester, boormossels, venusschelpen, alikruiken, gedoornde hartschelpen, een noordkromp en twee tepelhorens. De meeste zeeschelpen zijn veel steviger dan land- en zoetwaterschelpen. Een wulk, alikruik of tepelhoren heeft een dikker slakkenhuis dan een tuin- of segrijnslak. Een wulk is bovendien veel groter, een alikruik veel kleiner. Maar laat een tepelhoren nou van vergelijkbare vorm en formaat zijn! Eén van onze exemplaren was net iets groter en boller en zag er voor de merel ongetwijfeld heerlijk uit. Kennelijk had ze niet door dat er geen weekdier meer in zat. Vastberaden fladderde ze toe, greep de tepelhoren in haar snavel en smeet hem met een behoorlijke smak tegen de terrastegels. Maar ze keek op haar neus, het slakkenhuis bleef heel.

(Natuurdagboek Trouw 5 aug. 2014)

DELEN
Reacties zijn gesloten.