Natuurdagboek

Sportcomplex

Sportcomplex

Ik had natuurlijk vaker moeten gymmen
Maar school smoorde mijn sportlust in de kiem
Men koos mij steeds als laatste in het team
Ik miste elke bal, ik kon niet klimmen

Voor mij geen gouden plak of zelfs emaillen
Maar slechts de keerzijde van de medaille

DELEN
Bot vangen

Bot vangen

De Soedanese staat zet aan tot doden
In Darfur, waar een volk wordt uitgeroeid
Maar Nederland heeft zich ermee bemoeid
En heeft een hoge diplomaat ontboden

Minister Bot geeft hem een maand de tijd
Dat moet genoeg zijn voor ’s mans rassenstrijd

DELEN
Schaamteloos

Schaamteloos

We zijn vandaag de dag trots op onszelf
ook als we niet zijn hoe het zou betamen
en het is goed ons niet te veel te schamen
als wij er niet echt uitzien als een elf

Maar snoef niet op ‚‚n-twintig in de breedte
door op het strand in zwembroek worst te eten

DELEN
Weekbericht

Weekbericht

Het leek me zenuwslopend: Scoubidou
Maar ik had juist geen kind aan onze dochter
Geen wirwar was te warrig of zij vlocht er
Een matje van, een armband of een koe

Het werkt kalmerend op het draad te bijten
Dat blijkt nu aan de weekmakers te wijten

DELEN
ACTIE!

ACTIE!

De aarde broeit en schroeit, raakt zwartgeblakerd
Daartegen komen groepen in ’t geweer
Terwijl ik eens het water uitprobeer
Ik ben nu eenmaal niet zo heetgebakerd

Heeft iemand niettemin voor mij een spandoek?
Want ik vergat verdorie weer mijn handdoek!

DELEN
Zomer

Zomer

De herfst begon al voor het eind der lente
de zomer dondert binnen met een storm
ik eet, zo Deo dat althans volente
mijn pasta ?s avonds in de tuin, al dente
al schijnt de zon maar even voor de vorm

DELEN
Tempeleiland

Tempeleiland

Op Sri Lanka ploeter ik op een gehuurd barrel over een zandweg het woud in. Het stof kleeft aan mijn verhitte lijf. De weg loopt dood aan de oever van een stil, donker bosmeer. Het ruikt er warm, vochtig, grondig, als de tropenkas van Artis. Half op de wal rust een bejaarde roeiboot, met twee roeispanen. Geen mens te zien. Een ijsvogel landt op de rand van de roeiboot. Hij vliegt op en hangt fladderend boven het water. Hij duikt, mist en hangt weer te bidden. Ik zet mijn fiets tegen een stam, schuif de boot te water, neem erin plaats, peddel de plas op. Wat de overkant leek, is een eiland. Ik roei eromheen en zie versleten muren door de bomen schemeren. Een oranje gedaante verschijnt op een in het water gezakte stronk. Hij glimlacht. Ik stap uit en de monnik kijkt me aan door vuistdikke brillenglazen. Hij vouwt zijn gelooide handen. Als wijsheid met de jaren komt, dan heeft deze man haar in pacht.
Graag zou ik mijn malende hersenen eens stilzetten. Als ik hier een paar dagen tot mezelf kon komen? Het paradijs bestaat niet, maar dit komt in de buurt. Geen elektriciteit, geen heisa.
De tempel is overgroeid met enorme planten, die in bescheidener omvang in Nederlandse huiskamers te vinden zijn. De monnik wijst op een stenen terras. Hij zijgt neer in lotushouding, ik in kleermakerszit. Het is tien uur. Ik geneer me een beetje voor mijn horloge.
‘Bent u getrouwd?’ vraagt hij in het Engels. Ik schud mijn hoofd. ‘Gaat u met vrouwen om?’ Voor ik kan antwoorden waarschuwt hij met stemverheffing dat seks de strevende mens afleidt, evenals materieel bezit, drank, drugs en gelanterfant.

De oude orakelt maar door. Mijn aandacht verslapt, mijn rug ook. Ik probeer rechtop te blijven zitten. Een scherpe pijn schiet door mijn knie. Ik verschuif. De zon klimt boven de woudreuzen uit, brandt op mijn voorhoofd. Zweet biggelt mijn oog in. Een druppel kriebelt langs mijn neus. Grimassend tracht ik de jeuk te bestrijden. Droge keel, dorst. Een doordringend gezoem zwelt aan en een oranje wesp zo groot als mijn pink hangt snorrend in de lucht voor mijn gezicht. Vliegend op de plaats rust. Biddend. De lange voorpoten van de wesp bungelen, een angstaanjagende angel buigt onderlangs naar voren. Ik deins terug en sta op. Ik hink met een slapend been. De monnik komt ook overeind.
‘U kunt hier logeren’, zegt hij. ‘Dan krijgt u elke ochtend les. ‘s Middags helpt u met klusjes. Honderd dollar per dag. U kunt met een creditcard betalen.’ Ik zeg dat ik erover zal nadenken, bedank hem en haast me naar de roeiboot. Het is twaalf uur.
Ik zwaai nog. De monnik ziet het niet. Hij is afgeleid door ‘Raindrops keep falling on my head’, dat uit zijn pij klinkt. Hij diept een mobiele telefoon op en vangt een gesprek aan.

In Onze Wereld, juli 2004

DELEN
Oranje

Oranje

U hoort mij niet voetbalvijandig zeuren
saamhorigheid door voetbal ben ik voor
omdat ook ik wel eens graag samen hoor
of samen loop door straten vol met kleuren

Maar één aspect begrijp ik niet: hoe kan je
uit alle kleuren kiezen voor oranje?

DELEN
Voetbalfans

Voetbalfans

Europa lijdt weer eens aan voetbalgekte
door sommigen beschouwd als oorlogskans
ik praatte met een groepje hooligans
naar mijn idee verrassend goed gebekte

E‚n ding viel op, het was waarschijnlijk toeval
in plaats van voetbal zeiden zij steeds foebal

DELEN