Blije versierders

Blije versierders

Spreeuw op perron Foto Koos Dijksterhuis
Spreeuw op perron. Foto Koos Dijksterhuis

De spreeuwen zingen. Ze zingen al maanden; spreeuwen zijn de barden van de vogelwereld. Zelfs in mistig weer hoor ik ze, ook tijdens de vorst zongen ze, maar als de zon doorbreekt gaan ze helemaal los. Hun karakteristieke “pieuw” wordt afgewisseld met “tsjierrrrrr” en met snavelgeklepper.

Ze zingen zacht. Ze klepperen ook zacht, veel zachter dan het snavelspektakel van ooievaars. Spreeuwen zingen vanaf september het nieuwe jaar in. Het zijn zulke blije eitjes. ‘Onbekommerd’, noemde Thijsse ze.

Spreeuwen zitten graag op stations: een dak erboven en resten hotdog voor de lekkere trek. Ze kunnen conducteursfluitjes en treingeluiden zo perfect nadoen, dat reizigers in verwarring raken.

Ze zingen dus al de hele herfst en winter, maar sinds kort vormen ze ook al paartjes. In maart wordt de keuze definitief. Ik heb ze nog geen holen zien checken, maar ik zie niet alles. Spreeuwen hebben doorgaans vanaf september holen op het oog. De paarvorming geschiedt via een hol. De spreeuwenman houdt er een of meerdere holen op na, en versiert die met blaadjes en bloemetjes. Het vrouwtje inspecteert ’s mans versierpogingen en keurt die af, zodat het mannetje beter zijn best doet en nog meer bloemetjes verzamelt. Het vrouwtje kiest een bloemrijk hol, en neemt het mannetje er gratis bij.

Bloemetjes zijn er nog niet zoveel, op madeliefjes na, en die belanden dan ook vaak in het hol. Spreeuwen en mensen zijn de enige dieren waarvan de man een vrouw behaagt door haar een bloemetje te geven.

Over spreeuwen zijn meer mooie verhalen te vertellen dan over welke andere vogel ook, denk ik. Ik doe dat soms tijdens lezingen maar die zijn te kort voor alle spreeuwenverhalen. Die noteerde ik daarom maar in mijn boek De spreeuw. Veertig jaar eerder schreef Hugh Gallacher ook een boek over de spreeuw. Ik herinner me een zonnige middag waarop Hugh en ik op een Haarlems terras in de zon over spreeuwen praatten en naar spreeuwen keken. Het was een vrolijke middag, want wie over spreeuwen praat, wordt vanzelf blij. Hugh noemde de spreeuw een “handjevol veren met vele liedjes erin”.

Onlangs bracht de post me zijn overlijdensbericht, versierd met een fraaie spreeuw. Spreeuwen – versierders tot in de dood.

(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 20 januari ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *