Mooie meeuwen

Kokmeeuw met beginnende zomerkap. Foto Koos Dijksterhuis
Kokmeeuw met beginnende zomerkap. Foto Koos Dijksterhuis

Oh wat zijn die kokmeeuwen mooi, met hun bloedrode snavels en poten. Op iedere lantaarnpaal langs het fietspad zit er één in de zon. De eerste beginnen al bruin te worden. Hun kop althans, die in winterkleed wit is met wat vlekjes.

Kokmeeuwen nemen graag plaats op palen, hekken, standbeelden; alles wat uitzicht biedt. Ze houden hun omgeving scherp in de gaten – zodra je van de fiets stapt en een fototoestel richt, vliegen ze weg. Zodra je brood te voorschijn haalt, vliegen ze toe. Ook elkaar houden ze in de peiling. Stel je voor dat een ander brood ontdekt! Waar brood is, is nooit één, maar zijn altijd meerdere kokmeeuwen aanwezig. Kokmeeuwen hebben uitstekende ogen. Meestal duurt het maar even, voor ze er als de kippen bij zijn. Altijd in een drukdoenerige en lawaaiige groep.

Kokmeeuwen broeden op de Waddeneilanden en in de Delta en op meer plekken langs de kust. Ook in het binnenland zijn broedkolonies. Uit het boerenland zijn ze al lang verdwenen, maar in heidevennen hebben kokmeeuwen het nog lang volgehouden. In de Peel in Zuidoost-Noord-Brabant broeden ze nog steeds, evenals in het Bargerveen in Zuidoost-Drenthe. Maar de kolonie in het Fochteloërveen op de Drenths-Friese grens was een paar jaar geleden ineens verdwenen. En zo verdwenen er meer kolonies. Hoogstwaarschijnlijk ligt dat aan vossen. Niet dat er zo enorm veel vossen zijn, maar wel meer dan dertig jaar geleden. En één vos kan een hele kolonie zo goed als leeg eten. Ze eten niet de volwassen meeuwen, wel hun eieren en kuikens.

Zo gaat dat. Iets met dood en brood. Er zijn trouwens nog altijd veel meer kokmeeuwen dan vossen. En wat zijn ze mooi.

(Natuurdagboek Trouw maandag 8 feb. 2016)