Duivengekoer – ergerlijk of dromerig?

Duivengekoer – ergerlijk of dromerig?

Holenduif. Foto Koos Dijksterhuis
Holenduif. Foto Koos Dijksterhuis

Dat de dagen kort zijn – er is nog geen acht uur daglicht – weerhoudt duiven niet van koeren en baltsen. Duiven zijn onverwoestbare optimisten. Holenduiven bassen dat het een aard heeft en Turkse tortels koeren hun drietonige liefdeslied. Houtduiven koeren iets lager en in vijf tonen.

Houtduiven en tortels zijn ontroerend onhandige nestelaars en hun nesten waaien vaak uit de boom. Met hun geklapwiek verraden ze bovendien de plek van hun nest aan eierliefhebbers. Om toch wat nageslacht te krijgen, zijn ze bijna het hele jaar door met hun voortplanting bezig.

Holenduiven nestelen in holen – wel zo veilig. Houtduiven en holenduiven lijken op elkaar. Houtduiven zijn wat groter en hebben witte halsvlekken en witte vleugelstrepen. Holenduiven missen dat wit. Er zijn in de winter naar schatting tussen de honderd- en tweehonderdduizend holenduiven. Van houtduiven zijn er tien keer zoveel.

Duiven worden door veel mensen gezien als smerig ongedierte. Die mensen weten vaak niet dat stadsduiven afstammen van rotsduiven en dat ze een heel andere soort zijn dan houtduiven, holenduiven en tortels. Ik vind stadsduiven leuk; zoveel vogels zie je niet in de stad, dus laat hen de honneurs toch waarnemen! Zelfs vogelaars hebben het niet zo op duiven, en dan bedoel ik behalve stadsduiven vooral houtduiven. Hoe vaak richten ze hun kijker niet snel op die… hè gat, weer een duif.

Veel mensen vinden duivengekoer een ergerlijk lawaai. Ik denk dat die mensen ook uilen en zeker kraaien, meeuwen, ganzen, eenden en misschien zelfs merels hinderlijk vinden in hun verbale uitingen. Ergernis is een wellicht ook onder andere diersoorten een toegepaste emotie, maar mensen zijn er kampioen in.

Jammer voor hen! Schoonheid zit in het oor van de luisteraar, en ik vind het koeren van alle soorten duiven een ietwat fijn, dromerig, zomers geluid, en dat midden in de winter! Vooral de holenduiven gaan los. Wij hebben het geluk dat we vlakbij een landgoed wonen, waar holenduiven in holle bomen broeden. Ze koeren naar elkaar met hun donkere basstem, een heerlijk geluid.

(Natuurdagboek Trouw, woensdag 24 december ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.