Een Groenlander in Afrika

DE WONDERBAARLIJKE REIS VAN DE DRIETEENSTRANDLOPER

ISBN: 9789462250017. Verkrijgbaar als E-book via de apple-store en ook via alle andere online boekwinkels (bolakobruna etc).

Uitgeverij Fosfor (op facebook )
Oudezijds Voorburgwal 129 – II
1012 EP Amsterdam
The Netherlands
+31 (0)20 30 80 615
www.uitgeverij-fosfor.nl
@fosforuitgevers

 

Lees “Een Groenlander in Afrika” verder

Supersnelle Drieteen, langeafstandstrekker en snelheidsduivel

Artikel van Jeroen Reneerkens, Rijksuniversiteit Groningen (NL)
in tijdschrift Mens & Vogel, jan. 2011

Iedere strandwandelaar heeft wel eens Drieteenstrandlopers gezien. Ook in België en  Nederland zijn de kleine witte vogels, die heen en weer voor de golven uit dribbelen, een veelvoorkomend gezicht. Ze laten zich vrij gemakkelijk benaderen en rennen soms een  tijdje met je mee. Van de nazomer tot de lente zijn ze vrijwel op ieder zandstrand of elke  stenige kust ter wereld te zien. Begin juni trekken nog aanzienlijke aantallen door Europa  richting broedgebieden in hoog Arctische poolstreken. Halverwege juli verschijnen de  eerste vogels (nog in broedkleed) alweer langs de Europese kusten, waarschijnlijk als  gevolg van een eierenetende poolvos die een abrupt einde maakte aan de broedpoging.

Lees het volledige artikel
(pdf, 2MB, opent in nieuw venster)

Mauretaans dagboek: Dribbelaar

Als we drieteenstrandlopers vangen, brengen we ze in een krat per auto naar het veldstation, waar we ze meten, wegen en ringen. Uit het gewicht is onder meer af te leiden of ze in conditie zijn. Als maat voor hun omvang gelden de vleugellengte, de kopomvang, de lengte van hun teen en vooral van hun tarsus. De tarsus is bij een vogel wat bij ons de voet is. Bij vogels staat die voet rechtop, ze lopen op hun tenen. Wat een knie lijkt is hun enkel. Drietenen lopen op drie tenen aan elke voet. Alle andere strandlopers hebben een vierde teen die naar achteren steekt. Drietenen niet en ik heb eens gelezen dat ze daarom zo goed kunnen rennen. Maar Jeroen betwijfelt dat, en bewezen is het niet. Hoe dan ook, drietenen zijn echte loopvogels. Ze rennen langs de waterlijn aan zee.

Ze overwinteren op stranden van Schotland tot Zuid-Afrika. Sommige blijven in Nederland, andere gaan naar Mauretanië, de volgende gaan naar Ghana. Tegenover de langere vliegreis staat een hogere temperatuur en een lager energieverbruik. Jeroen wil achterhalen wat de voor- en nadelen van die drie plekken zijn.

Drietenen broeden heel noordelijk, er zijn maar weinig gebieden noordelijk genoeg: enkele Canadese eilanden, het noorden van het Siberische schiereiland Taimyr en Noord-Groenland. Daar brengt Jeroen drie zomers door. In twee zomermaanden je kuikens grootbrengen, is haastwerk. Sommige drietenen zouden zelfs twee gezinnen opvoeden. Maar dat blijkt een mythe, ontdekt Jeroen in Groenland. Hoe? Lees het in Een Groenlander in Afrika.

(Oorspronkelijk gepubliceerd 28  jan. 2009)

Column De Drieteenstrandloper

In november is het strand leeg. Of nou ja, bijna leeg. in de verte loopt een wandelaar. Hij gooit iets weg,wat door een hond geapporteerd wordt. En er zijn vogels. Vijftien, twintig drieteenstrandlopers staan op een kluit. Het is vloed, de vogels wachten tot de zee zich terugtrekt en ze op het vochtige, droogvallende zand wormen kunnen vangen. Het waait straf en kil uit het oosten. Ze kleumen achter een hoopje zeewier. Elk op één poot, op drie tenen dus. Met hun kop in de veren zijn ze net iets hoger dan hun plantaardige windscherm. Ik begluur ze van veilige afstand door de telescoop. Twee drietenen dreigen buiten de boot te vallen. Ze staan naast de rest en vangen de wind. Dat wil zeggen: één van beide vangt de wind. Die hipt op één poot opzij, de luwte in, waarbij hij zijn kop niet uit de veren haalt. Van zijn sprongetje schrikt de ander, die iets naar buiten hipt en nu in de wind staat. Die hipt vervolgens terug, waarvan de ander schrikt. Zo lossen ze elkaar een tijdje af. Tot één zich erbij neerlegt, al blijft hij staan. Hij draait een kwart slag, waardoor hij zijwind vangt. Mij lijkt dat onvoordelig, maar ik weet niet wat er in het drieteenkoppie omgaat. De wind waait zijn veertjes uit model, ze staan als een punkkapsel overeind. Hij leunt zijwaarts tegen de wind, zijn ene pootje staat bijna diagonaal, zo scheef. Zijn andere pootje houdt hij zo hoog opgetrokken, dat er niets van te zien is. Plotseling schiet hij langs de groep naar voren. Naast het zeewier heeft hij iets ontdekt. Hij trekt, hij sjort, er komt een worm tevoorschijn. Het is een lange, dunne worm. De drieteen houdt hem strak gespannen, maar trekt niet zo hard dat de worm breekt. Hij heft zijn kop steeds hoger, tot hij niet meer verder kan. Met geheven hoofd maakt hij een achterwaarts sprongetje, waarbij de worm los schiet. Plotseling vliegt de rest van de groep er in één beweging vandoor. De wormenvanger volgt. Een driehoekje zand naast het zeewier blijft achter, vol pootafdrukjes. Pootafdrukjes van drie tenen. De worm kronkelt lang en dun. Waarom zouden ze nou zijn weggevlogen? Een slechtvalk? Net als ik omhoog wil turen, hoor ik gehijg naderen. Ik kijk om. Er komt een hond aanrennen. Hij legt een tennisbal voor me neer, kijkt me hoopvol aan en blaft.

Koos Dijksterhuis, Gesproken column op Vara’s Vroege Vogels radio 1

Mauretaans dagboek: Kanoet

Met eb vallen de wadplaten en zeegrasvelden in de Banc d’Arguin droog. Ideaal voor kanoeten. Kanoeten eten schelpdiertjes. Die slikken ze zonder kauwen door en kraken ze in hun gespierde maag. De weekdieren graven zich in, maar kanoeten vinden ze met een vleermuis-achtige techniek. Hun snavelpunt zit vol hooggevoelige zenuwen. Door in de bodem te pikken, veroorzaakt een kanoet een drukgolfje. Dat plant zich voort, wordt door schelpen teruggekaatst en opgevangen door de snavel. Lees “Mauretaans dagboek: Kanoet” verder