Groenland 2 – Op zoek

Groenland 2 – Op zoek

© foto: Jeroen Reneerkens

Drietenen die tussen de vegetatie scharrelen vallen nauwelijks op. Ze hebben een schutkleur en gaan vaak gebukt door het leven, wat ze op een lemming doet lijken. We moeten goed rond spieden om ze te zien, zowel in de verte als vlakbij, want het nest verlaten ze pas als je in de buurt komt. Dat spieden moeten we combineren met het vermijden van oneffenheden en diepe plassen of modder. Een extra paar ogen zou handig zijn. Jeroen lijkt die extra ogen te hebben, want er hoeft maar iets te scharrelen of voorbij te vliegen of hij staat al met de verrekijker aan zijn oogkassen geplakt. We volgen vele drieteenstrandlopers, mannetjes en vrouwtjes, ontdekken zo’n donker exemplaar (uit Afrika?) en zijn getuige van snelle knokpartijen waarbij een tweede mannetje wordt verjaagd. Een drieteen baltst enige tijd vlak boven ons, in vertraagde helikoptervlucht. We denken soms een mannetje te zien dat zich in de nabijheid van een vrouwtje nestelt, maar dat blijkt schijnbroeden te zijn. Zo laat hij misschien zien dat hij als geen ander weet hoe dat moet, broeden. Een keer wordt zulke uitsloverij beloond met een paring. Man springt op vrouw, bewaart hevig fladderend zijn evenwicht en klaar alweer. Even heeft hij zijn staart om die van haar geplooid, zijn cloaca tegen de hare gedrukt. De cloaca is de lichaamsopening waarmee vogels poepen, plassen, eieren leggen en paren. Na de daad stapt het mannetje zelfvoldaan rond met laag gestrekte hals en opgezette veren. Daarna nog even knorkwakend fladderen en de paarband is bezegeld. Steltlopers spelen vaak een omslachtig voorspel en houden de vrijage zelf kort. Maar soms ook niet… We zien twee drietenen door het gras scharrelen, zo te zien op zoek naar lekkernijen. Soms pikken ze iets op. Ze dralen wat om elkaar heen, schurken zich tegen elkaar aan en hopla, daar springt het mannetje erop. Ik sta op tien meter afstand en durf me niet te bewegen om mijn fototoestel te pakken. Door de kijker zie ik ze close-up bezig, hun staarten vouwen zich herhaaldelijk om elkaar heen. Als hun cloaca’s elkaar vinden, kwettert het mannetje zacht allerlei geluidjes. Het zijn vast lieve geluidjes, of misschien zegt hij iets spannends. Het vrouwtje lijkt het althans te waarderen; ze laat haar minnaar zeker twee minuten toe.

‘Twee minuten? Wauw!’ De Deense vogelaar Jannik is onder de indruk als we het hem ’s avonds vertellen. ‘Dat is een recordtijd!’ Hij peinst even. ‘voor strandlopers dan hè?’ Hij vraagt of we nou eindelijk eens een vogel hebben gevangen. Nee, dat niet. Aan tafel wordt een weddenschap afgesloten. Aan de muur komt een namenlijstje met datum en tijd waarop men denkt dat wij onze eerste drieteen vangen.

Groenland 1 – Muggen

Groenland 1 – Muggen

Mug
Een van de vele muggen, Zackenberg, Groenland

Drieteenstrandlopers broeden op de toendra. Daar is het ’s zomers dag en nacht licht. Altijd is er voedsel – muggen! Die wolken op uit de korte toendravegetatie. Als we bezweet van de klim over een zompige berghelling bij een strandlopergezin belanden, trek ik mijn trui uit.

‘Tjee’, hoor ik Jeroen zeggen, ‘je t-shirt zit vol bloedvlekken van geplette muggen. Het lijkt de bolletjestrui van de Tour de France wel. Nou, die heb je ook verdiend omdat je zo snel boven was!’

We bespieden de strandlopers. Muggen. De pet met muggennet is benauwd en belemmert het uitzicht. Grijze vlekjes kruipen voor mijn ogen. Voor elk oog verdringen zich er vier op het netje. Toen de eerste Groenlandse mug me stak, zwelde een bult op als een kers. Eén krabje en het bloed biggelde eruit. Het hield niet op.

Ze zijn wat zwarter dan onze muggen, maar verder lijken ze er sprekend op. Toch leiden ze een ander leven. Negen, tien maanden als eitje in de bevroren grond en twee, drie maanden vogels en zoogdieren sarren. Niet alleen ’s nachts of in donker moerasbos, zoals bij ons. Want nacht is het nooit en bos is er niet. Juist in de volle zon zijn ze op hun best. Of slechtst, vanuit onze optiek.

Deze muggen zoeken niet, zoals bij ons, op hun gemak een plekje huid om te prikken. Ze vliegen doelgericht aan en boren zich in je huid, terwijl hun poten in een trosje naar buiten bungelen. Dat moet een manier zijn om in dierenvacht door te

Week 27

Week 27

Ik ga weer eens een maandje weg
een tijd waarin ik u niets zeg
Ik word vast slanker in het noorden
en stuur u deze laatste woorden:

Diktaat

Ik vind mezelf te dik
maar heb een tip gekregen
Ik zal gauw minder wegen
als ik wat vaker wi

Moonwalk

Moonwalk

Hij noemde zich de koning van de pop
en leed aan vele andere complexen
nog afgezien van minderjarig seksen
hij rolde van de top af in het slop

Hij moest weer op tournee maar Michael Jackson
dacht beat it! ik ga eindeloos relaxen

Het vrije woord

Het vrije woord

Mark Rutte pleit, hij praat al net als Geert,
voor grenzenloos gebral van extremisten.
Maar noem rechts-extremisten geen fascisten,
want dan ben jij het die demoniseert.

Die knakkers willen vrijheid van het woord
uitsluitend voor het woord dat hen bekoort.

Topperdeflop

Topperdeflop

Als zanger zag hij zich al aan de top
maar op het festival ging alles mis
alleen, meent hij, omdat hij homo is
vond bijna heel Europa hem een flop

Als ster in spe te worden afgekraakt
heeft hem, oud-Idols-jurylid, geraakt

Griep

Griep

Ziek! Ik ben misselijk
Koorts, spierpijn, snotterig
Keelpijn en longpijn, ik
denk dat ik stik!

Eén dure reis, krijg ik
Varkensmensvogelgriep
Ik wil alleen nog op
stap voor een prik

Door het lint

Door het lint

De automobilist zag al dat afzetlint
en wilde Hare Maje helpen knippen
door plankgas door het lintje heen te slippen
de liefde voor het koningshuis maakt blind

Hij ragde door de meute op het voetpad
en Apeldoorn werd een oranje bloedbad

Zonder Bril

Zonder Bril

Nog afgezien van of je hem graag las:
je kon, al raakte hij zo slecht ter been
tot op het laatst niet om zijn rolstoel heen
omdat hij er toch bijna altijd was

Nu is hij er niet meer en zonder Bril
zijn hoekje in de krant, het is er stil