Sprintende pissebed

Sprintende pissebed

Pissebed, © K. Dijksterhuis

In ons huisje op Schiermonnikoog leeft, nee sterft het van de pissebedden, steenmotten of hoe ze maar heten. Na een paar weken afwezigheid ligt de vloer bezaaid met hun lijkjes. Als we de kachel opstoken, staan enkele pissebedden op uit de dood, maar de meeste zijn er echt geweest. Ik veeg ze op en gooi ze naar buiten. Er is vast een vogel of egel die pissebedden lust. Pissebedden zijn tenslotte kreeftachtigen en kreeft is een delicatesse.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Verhitte strandlopereieren

Verhitte strandlopereieren

Nest met nep-ei (onder) en thermometertje (midden)© Jeroen Reneerkens

Drie zomers heb ik bioloog Jeroen Reneerkens opgezocht in Noordoost-Groenland, waar hij drieteenstrandlopers onderzoekt in hun broedgebied. Drieteenstrandlopers broeden er in de korte poolzomer hun vier eieren uit. Als die eieren gelegd zijn, duurt het drie weken voor ze uitkomen. Omdat de kuikens op de dag dat ze uit het ei breken al in de benen gaan, mogen ze niet te veel in leeftijd verschillen. Maar een drieteenstrandloper legt maar één ei per dag. Ze wacht tot alle eieren er zijn en begint dan pas met broeden. Het eerste ei moet dan drie dagen wachten. Daar kan het tegen, de ontwikkeling van het toekomstige kuiken begint pas als het bebroed wordt. De broedende oudervogels hebben dan een kale plek op hun buik, waarmee ze de eieren beter kunnen opwarmen. Ze stoken de boel op tot 39 graden. Vogels hebben een hogere lichaamstemperatuur dan mensen. Dat broeden doen moeder en vader afwisselend. Jeroen heeft piepkleine thermometertjes met een elektronische opslagruimte waaruit later de temperatuur van meerdere dagen is terug te lezen, zogenoemde thermologgers. Die hebben we tussen de eitjes gezet, om de nesttemperatuur te meten. Als er even geen vogel op het nest zit, keldert de temperatuur naar een graad of vier in de schaduw, al blijft het nest warmer in de zon, tot wel 28 graden rond de middag.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Roeken krassen op het nest

Roeken krassen op het nest

Roeken, © K. Dijksterhuis

Eén van de vroegste broedvogels des lands is de roek. Een paar weken geleden stapten roeken nog door de weilanden waar ik vaak fiets. Nu zijn die weilanden overgenomen door kieviten en kraaien. Maar roeken zijn er minder, hoewel roeken van onze kraaien het meest neigen naar weilanden en akkers. Roeken zijn gek op oogstresten en nog gekker op noten. Ver buiten de wijk waar enkele walnotenbomen staan, liggen lege doppen langs het fietspad. Nu hebben de roeken hun posities ingenomen op het nest.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klein koolwitje vliegt

Klein koolwitje vliegt

Klein koolwitje, © Jeanette Essink

Nachtvlinders vlogen ook in de winter wel rond, maar voor dagvlinders moet je in de zomer op pad. Na citroenvlinders en kleine vossen zijn de eerste dagpauwogen verschenen en nu komen de koolwitjes tevoorschijn. Sommige tuinders en moestuinders slaat de schrik om het hart. Maar koolwitjes lusten meer dan kool alleen. Andere kruisbloemigen en Oost-Indische kers in de buurt zou ze kunnen weglokken. Toch is en blijft kool een geliefde waardplant.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Feestelijke dotters

Feestelijke dotters

Dotter, © K. Dijksterhuis

Van een afstandje lijken ze op speenkruid, van dichtbij zijn ze veel groter. Zaterdag zag ik de eerste dotters bloeien. Altijd feestelijk! Nu kan ik een heleboel bloemen opsommen wier bloei ik als een lentefeestje ervaar. Net als vlinders en vogels kunnen bloemen ons blij maken. Soms wordt me gevraagd wat het ertoe doet als soorten uitsterven.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Betaalschelpen

Betaalschelpen

Geldkauri (de grote), koffieboontje en gevlekt koffieboontje© Koos Dijksterhuis

Ovale, bolle slakkenhuizen met een lange, gezaagde opening. Kauri’s zijn een grote schelpenfamilie. Er zijn vuistgrote soorten, ooit zeer algemeen in tropische zeeën met koraalriffen. Massaal opgevist en gedood voor de schelpenpakketjes die in de souvenirwinkels van Nederlandse badplaatsen te koop liggen. Er zijn ook piepkleine soorten. In Nederland worden twee soorten kauri’s gevonden, zij het mondjesmaat. In Zeeland zijn ze nog het minst zeldzaam, die koffieboontjes. In Bretagne en aan de Britse zuid- en westkust zijn ze algemener.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klein-hoefbladbloem

Klein-hoefbladbloem

Klein hoefblad, © K. Dijksterhuis

Over speenkruid heb ik het laatst gehad, al bloeide het toen nog niet. Nu wel, evenals die andere gele voorjaarsbloem: klein hoefblad. Dit jaar zag ik het eerste hoefblad bloeien op 11 maart, een maand na de eerste paardebloem. De flora is van slag, geloof ik, of raak ik zelf van slag?

Klein hoefblad wordt door veel mensen voor paardebloem aangezien. Ze lijken ook op elkaar: allebei gele zonnetjes, met van die sprietjes. Eenmaal uitgebloeid worden het pluizebollen. Paardebloem en hoefblad zijn verwant, zoals paard en hoef verwant zijn. Verwant, maar anders.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Natuurvoedingsgekte

Natuurvoedingsgekte

© Koos Dijksterhuis

Liever eet ik onbespoten, biologisch voedsel dan bespoten voedsel met chemische toevoegingen. Daar niet van. Ik heb zelfs ooit in een natuurvoedingswinkel gewerkt. Toch koop ik mijn onbespoten spullen liever in een supermarkt. In natuurvoedingswinkels moet ik, ook al is er bijna geen klant, meestal lang wachten. Als je onbespoten eet, krijg je er een onthaastingscursus bij. Dat hoort bij het religieuze sfeertje. In die winkels staan ook altijd peperdure nepmedicijnen. Pardon: natuurgeneesmiddelen. Natuurvoeding, natuurgeneesmiddelen; alsof natuurlijk beter is dan onnatuurlijk. Het begrip ‘natuurlijk’ wordt gebruikt om verschijnselen toe te juichen (‘natuurlijke oliën!’) of neer te sabelen (‘homoseksualiteit is onnatuurlijk’). Een wc.-pot is ook onnatuurlijk maar daar hoor je niemand over. Wie meent dat natuurvoeding gezonder is dan fabrieksvoedsel, moet eens een bordje rauwkost uit zijn tuin eten. Zorg van te voren dat de nalatenschap geregeld is.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Dwars door de duinen

Dwars door de duinen

Sijs (m.) © Jeanette Essink

We steken weer eens het eiland Schiermonnikoog over. Van zuid naar noord door de Kooiduinen. Het is niet zo ver, het is wel een ruige tocht. We moeten onze weg vinden langs stekelige duindoorns en door kletsnatte valleien. We zien een bruine rat scharrelen. Even later vinden we een drol die sprekend een vossendrol lijkt. Acht centimeter lang, met zo’n staartje, vol muizenharen. Maar vossen zijn er niet op Schier, hoewel je erop kunt wachten dat onverlaten ze uitzetten om ze vervolgens weer te mogen doodschieten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wintermug

Wintermug

© K. Dijksterhuis

Laatst zat ik ondanks de kou buiten in de luwte. De bedoeling was in de zon te zitten, maar de zon zelf zat achter een gebouw. Verderop waren zonnige plekken en op één zonnige plek dansten muggen. Er dansten vier muggen. Soms dwarrelden ze plotseling uit de zon en uit beeld. Soms zag ik twee, dan weer drie muggen dansen, maar het werden er altijd weer vier. Dansmuggen, denk je dan, maar het waren geen winterse dansmuggen. Het waren dansende wintermuggen. Van wintermuggen bestaan op de wereld voor zover bekend slechts zo’n 170 soorten. Van dansmuggen zijn er meer dan 7000, waarvan een stuk of 400 in Nederland .

Lees Meer Lees Meer

DELEN