Gentiaanblauwtjes leven te versnipperd

In een gebied dat bekend stond om gentiaanblauwtjes, zocht ik vorig jaar eitjes van die vlinders. Ik checkte tientallen klokjesgentianen, maar vond geen eitje. Nu was ik er weer, met een vriend. We checkten wel honderd klokjesgentianen, maar eitjes ho maar.
Kennelijk is het gentiaanblauwtje weer een leefplek kwijt. Die leefgebiedjes: schrale graslanden, zijn zeldzaam geworden in ons door stikstof verstikte land. Daarbij komt dat gentiaanblauwtjes bepaalde mieren nodig hebben, als pleegouders.
De rups die uit het eitje kruipt, schranst zich een weg in een bloemknop. Na een dag of tien heeft de rups genoeg van bloem en laat ie zich vallen. Dan sleept een mier hem mee, omdat ie ruikt naar mierenlarf. De mieren ‘denken’ hé, die hoort in het nest. Daar wordt de rups vertroeteld. De rups eet mierenlarven en -eitjes en zit de hele winter veilig en warm. …







