Kemphaan over de kling

Kemphaan over de kling

Kemphaan. Foto Koos Dijksterhuis
Kemphaan. Foto Koos Dijksterhuis

De kemphaan is een verdrietig voorbeeld van de teloorgang van de natuur op het boerenland. De soort gaat al vijftig, honderd jaar achteruit. Precies weten we het niet, want vroeger werd er niet systematisch geteld. En kemphanen zijn ook nog eens lastig te vinden.

Baltsende mannen met hun woeste kragen zijn makkelijk te tellen. Maar het gaat om de vrouwtjes, die eind mei en begin juni op de eieren zitten. Broedverdachte kemphennen worden bijna nooit meer gezien.

Ik ging eens op stap met een terreinbeheerder in een vochtig grasland bij het Sneekermeer. We hoorden kwartels, zagen tureluurs en snoven de geuren op van allerlei grassen, kruiden en bloemen. Ineens vloog er laag een kemphen voorbij, om tussen grassen en kruiden te verdwijnen. Die had vast eieren. We trokken ons terug, om het beestje niet te storen.

Dat is al twintig jaar geleden. Toen was er bij het Sneekermeer nog een kleine arena: een verhoging in het vochtige grasland waar de hanen kempten. Wij waren heel opgetogen over het hennetje, want als broedvogel was ’s lands ooit algemeenste weidevogel al opgegeven. Intussen zijn ook de aantallen doortrekkende kemphanen gedecimeerd. Destijds zag ik in de trektijd weleens duizend kemphanen op een kluit.

Hoe dat allemaal zit, leze men in De kemphaan van Marc van Houten (Atlas Contact, €27,99); een tamelijk volledig, alleszins leesbaar boek over, en een liefdesverklaring aan deze wonderlijke vogels. De auteur is van mijn leeftijd en fietste als jonge vogelaar door de Eempolders, waar hij kemphanen zag baltsen. Deze zin had ook over mij kunnen gaan. We zijn elkaar vast weleens tegen gekomen.

Ik bezoek de Eempolders nog steeds graag. De kemphaan op de foto zag ik er vorig jaar eind maart. Het is een haantje, nog net in winterkleed. Daarin lijkt hij op een hennetje. Dat zou echter half zo groot zijn, heeft wat minder duidelijke dakpan-veertjes en een donkerder snavel en gezicht.

Er is geen andere waadvogel met tussen de seksen zo’n verschil in omvang en, in de broedtijd, kleur. Dat we juist deze soort over de kling jagen! Terwijl het ook weer niet heel moeilijk is om het kemphanen naar de zin te maken: vochtig grasland met veel bloemen en insecten. Zoals het terrein van die ene hen bij het Sneekermeer.

(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 21 april ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *