Een tuin met vijftien landschappen

“Heksenkruid, heelblaadjes, eenbes”, wijst Wim Kanbier. “Hier bij de stinzenflora, de halfwilde planten van landgoederen, doen die eenbessen het niet zo goed, maar in het eiken-beukenbos staan ze er veel beter bij.” Kanbier werkt sinds het begin in 1971 in de heemtuin in Leiderdorp. Tot 1993 als betaalde coördinator, sindsdien als vrijwilliger. Zijn opvolger Jasper Klapwijk is grondiger ingewerkt dan welke tuinman ook. We komen hem tegen als we door de heemtuin wandelen, Klapwijk heeft een groep tuinierders op sleeptouw. Er klinken bewonderende kreten.
Toen Leiderdorp zich uitbreidde is achttien hectare landbouwgrond gespaard en ingericht als park, met een heemtuin van bijna twee hectare. Het enthousiasme en kunde van Kanbier en de andere medewerkers zijn zo aanstekelijk, dat het hele park intussen ecologisch wordt beheerd en een grote variatie aan plantsoorten bevat.
Terwijl we langs een muur met varens en muurhavikskruid lopen, een veldje goudveil inspecteren bij de bronnen in het bos, rode pimpernel en blauwe knoop bewonderen in het schrale hooiland en Kanbier vertelt welke zeldzame akkerkuiden er tussen de rogge en het spelt groeien, benadrukt hij dat die soortenrijkdom te danken is aan de vele landschappen die er zijn. “Je zou de heemtuin ook een landschapstuin kunnen noemen”, vindt hij. Van veenmoeras tot akker, van bronnenbos tot droge hei; vijftien Hollandse landschappen zijn hier te zien, ruiken en proeven, bijvoorbeeld als je een hapje mispel neemt. Het presenteren van mispel is één van de dingen die natuurgids Wouter Anker graag doet, als hij hier groepen rondleidt. “Bijna niemand kent de mispel nog”, zegt hij. Elke eerste zondagmiddag van de maand zijn er openbare rondleidingen. Hoewel de mispelvruchten al lonken, kunnen we ze nu nog niet eten – eetbaar worden ze pas in de herfst, als ze overrijp zijn.
Bij de duinweide is net een vrachtje duinzand aangevoerd. “Dat doen we jaarlijks”, vertelt Kanbier, “om pionierplanten te houden. We hebben hier duinplantjes als duizendguldenkruid en parnassia en veel verschillende orchideeën.”
(Natuurdagboek Trouw vrijdag 13 juli ’18)