Paardebloem-lookalike

Leeuwentand. Foto Koos Dijksterhuis
Leeuwentand. Foto Koos Dijksterhuis

In september gaan de groei en de bloei eruit, maar sommige planten houden dapper vol. Sterker nog: hele grasvelden, bermen, drijken knipogen je toe met kleine paardebloempjes. ’s Morgens openen ze zich massaal. Het zijn geen echte paardebloemen, hoewel ook die een bescheiden nabloei doormaken. Er zijn allerlei paardebloem-achtige bloemen die voor paardebloem worden aangezien. Havikskruid, biggenkruid, leeuwentand, muizenoor, streepzaad… Hun verschillen zijn soms maar klein, ze lijken op elkaar, maar nu zal het vaak vertakte leeuwentand zijn, want dat is een talrijke herfstbloeier. In het gras glanzen overal die kleine, gele zonnetjes. Het gras moet een tijdje geleden gemaaid zijn en niet te zwaar bemest.

De gele bloemen zijn aan de buiten- of onderkant soms voorzien van wat rood, alsof iemand er de rode verfkwast nog even langs streek. Muizenoor heeft dat rode ook, maar muizenoor heeft niet dat gekartelde paardebloemblad, muizenoor heeft behaarde blaadjes die op forse muizenoren lijken. Althans voor wie zich niet goed voor de geest kan halen hoe het oor van een muis eruitziet. Leeuwentand heeft wel dat paardebloem-achtige blad. Het is zelfs nog sterker getand dan paardebloemblad, vandaar de naam leeuwentand. Dat vertakte slaat op de stengel.

Al die gele paardebloem-lookalikes zijn composieten, samengestelde bloemen. Wat een bloem lijkt is een verzameling kleine lintbloempjes. Na de bloei vormen die zaadjes aan een pluisje, net als de paardebloem.

En evenals de paardebloem kan leeuwentand aan de voet van een straatboom of tussen de tegels of klinkers opduiken. Dat klinkt onkruid-achtig maar als onkruid tussen de sierplanten geeft leeuwentand het algauw op. Liever groeit ie op kortgehouden, voedselarm gras of tussen de stenen waar geen sierplant het uithoudt.

(Natuurdagboek Trouw 26 sept. 2013)