Boeken
Groenland 4 – Nog meer muggen

Groenland 4 – Nog meer muggen

Verbazingwekkend veel muggen storten zich uitgehongerd op de warmbloedige voorbijganger. Op mij dus. Groenland is 3000 bij 1500 kilometer. Er wonen evenveel mensen als in Assen. De dichtstbij ons gelegen stad is Scoresbysund. Het heeft 600 inwoners en ligt op 500 kilometer afstand. Mensen zijn hier een zeldzame prooi voor muggen. En een gemakkelijke. Omgekeerd laten zij zich gemakkelijk doodslaan, misschien omdat ze geen mensen kennen. Ze zijn er vast niet aan gewend dat hun bloeddonors terugslaan. Als wij hier niet waren, waar zouden al die muggen die ons prikken dan hun bloedworst vandaan moeten halen? Deze muggen kunnen zonder bloedmaaltijd eieren leggen, bij gebrek aan beter lukt het ook met stuifmeel van toendrabloemen. Dat lees ik in een Deens boek over Groenlandse insecten. Sommige muggen, vooral in de arctis, kunnen zich redden met ‘blomsterhonning og andre plantesafter’.

Het voortplanten lukt ze goed. Hun aantal is onvoorstelbaar. Waar je ook kijkt, is het luchtruim gespikkeld van vliegende muggen. Deetvrije muggenolie werkt twee minuten, mits je geen centimeter huid vergeet. Je blijft je insmeren tot het flesje op is. Deethoudend spul werkt een half uur, maar daar schijn je huidkanker van te kunnen krijgen. Kies ik voor de lange of de korte termijn? Ik ga binnen zitten. Maar ook binnen zijn ze. Ze vliegen mee met in- en uitlopenden, de deur staat weleens open, een hor waait uit zijn kozijn. Toen ik na een zoemende nacht uit bed klom, telde ik 150 muggen in het kamertje. Maar het kan nog erger. Jeroen laat een foto van hem zien in Canada, met zwarte handschoenen.

‘Daar had ik blote handen’, zegt hij.

DELEN
Groenland 3 – Muskusossen

Groenland 3 – Muskusossen

© foto: Jeroen Reneerkens

Ons Groenlandse veldstation ligt in een driehoekige vallei tussen de fjord in het zuiden, de Zackenberg in het noordwesten en de Aucellaberg in het noordoosten. De zijden van de driehoek zijn ruim zes kilometer lang. Van noord naar zuid doorsnijdt de rivier de vallei, die een grote slinger naar rechts maakt, voor in de fjord uit te monden. In die slinger ligt een lage heuvel met het veldstation erop. Tussen de barakken liggen vossendrollen en vele stapeltjes geitenkeutels. Maar geiten zijn hier niet. De keutels zijn gepoept door muskusossen, twee meter hoge kolossen met een opgezette rug en een onwaarschijnlijk weelderige haardos. Wandelende hooibergen. In de verte kun je ze vanuit het kamp zien grazen op de karige plukjes gras, hei en mos. Overal ligt de toendra bezaait met die keutels. Ook op de sneeuw vind je ze, waar ze kogelgaten in smelten. In het Deens is een muskusos een moskusoks. Op een oude, Deense landkaart heet een streek hier in de buurt Moskusokseland. De gigantische grazers verliezen hun woeste wintervacht. Overal liggen plukken muskusossenwol, dat wij naar de Deense streeknaam muskusokselhaar noemen. Groenlanders verzamelen muskuswol, om er warme, zachte truien van te breien. Muskusossen zijn geen ossen. Natuurlijk niet, want hoe zouden ossen zich kunnen voortplanten? Muskusossen zijn ook geen koeien en stieren, al zien ze eruit als enorme runderen. Ze zijn reuzengeiten. Met hun forse, gekrulde horens bestrijden de mannen elkaar met daverende klappen. Om die klappen op te vangen groeien de twee horens aan elkaar, via een verbreding over de kruin die eruit ziet als een weelderig blond kapsel. De muskusmannen lijken allemaal op Geert Wilders.

DELEN
Groenland 2 – Op zoek

Groenland 2 – Op zoek

© foto: Jeroen Reneerkens

Drietenen die tussen de vegetatie scharrelen vallen nauwelijks op. Ze hebben een schutkleur en gaan vaak gebukt door het leven, wat ze op een lemming doet lijken. We moeten goed rond spieden om ze te zien, zowel in de verte als vlakbij, want het nest verlaten ze pas als je in de buurt komt. Dat spieden moeten we combineren met het vermijden van oneffenheden en diepe plassen of modder. Een extra paar ogen zou handig zijn. Jeroen lijkt die extra ogen te hebben, want er hoeft maar iets te scharrelen of voorbij te vliegen of hij staat al met de verrekijker aan zijn oogkassen geplakt. We volgen vele drieteenstrandlopers, mannetjes en vrouwtjes, ontdekken zo’n donker exemplaar (uit Afrika?) en zijn getuige van snelle knokpartijen waarbij een tweede mannetje wordt verjaagd. Een drieteen baltst enige tijd vlak boven ons, in vertraagde helikoptervlucht. We denken soms een mannetje te zien dat zich in de nabijheid van een vrouwtje nestelt, maar dat blijkt schijnbroeden te zijn. Zo laat hij misschien zien dat hij als geen ander weet hoe dat moet, broeden. Een keer wordt zulke uitsloverij beloond met een paring. Man springt op vrouw, bewaart hevig fladderend zijn evenwicht en klaar alweer. Even heeft hij zijn staart om die van haar geplooid, zijn cloaca tegen de hare gedrukt. De cloaca is de lichaamsopening waarmee vogels poepen, plassen, eieren leggen en paren. Na de daad stapt het mannetje zelfvoldaan rond met laag gestrekte hals en opgezette veren. Daarna nog even knorkwakend fladderen en de paarband is bezegeld. Steltlopers spelen vaak een omslachtig voorspel en houden de vrijage zelf kort. Maar soms ook niet… We zien twee drietenen door het gras scharrelen, zo te zien op zoek naar lekkernijen. Soms pikken ze iets op. Ze dralen wat om elkaar heen, schurken zich tegen elkaar aan en hopla, daar springt het mannetje erop. Ik sta op tien meter afstand en durf me niet te bewegen om mijn fototoestel te pakken. Door de kijker zie ik ze close-up bezig, hun staarten vouwen zich herhaaldelijk om elkaar heen. Als hun cloaca’s elkaar vinden, kwettert het mannetje zacht allerlei geluidjes. Het zijn vast lieve geluidjes, of misschien zegt hij iets spannends. Het vrouwtje lijkt het althans te waarderen; ze laat haar minnaar zeker twee minuten toe.

‘Twee minuten? Wauw!’ De Deense vogelaar Jannik is onder de indruk als we het hem ’s avonds vertellen. ‘Dat is een recordtijd!’ Hij peinst even. ‘voor strandlopers dan hè?’ Hij vraagt of we nou eindelijk eens een vogel hebben gevangen. Nee, dat niet. Aan tafel wordt een weddenschap afgesloten. Aan de muur komt een namenlijstje met datum en tijd waarop men denkt dat wij onze eerste drieteen vangen.

DELEN
Groenland 1 – Muggen

Groenland 1 – Muggen

Mug
Een van de vele muggen, Zackenberg, Groenland

Drieteenstrandlopers broeden op de toendra. Daar is het ’s zomers dag en nacht licht. Altijd is er voedsel – muggen! Die wolken op uit de korte toendravegetatie. Als we bezweet van de klim over een zompige berghelling bij een strandlopergezin belanden, trek ik mijn trui uit.

‘Tjee’, hoor ik Jeroen zeggen, ‘je t-shirt zit vol bloedvlekken van geplette muggen. Het lijkt de bolletjestrui van de Tour de France wel. Nou, die heb je ook verdiend omdat je zo snel boven was!’

We bespieden de strandlopers. Muggen. De pet met muggennet is benauwd en belemmert het uitzicht. Grijze vlekjes kruipen voor mijn ogen. Voor elk oog verdringen zich er vier op het netje. Toen de eerste Groenlandse mug me stak, zwelde een bult op als een kers. Eén krabje en het bloed biggelde eruit. Het hield niet op.

Ze zijn wat zwarter dan onze muggen, maar verder lijken ze er sprekend op. Toch leiden ze een ander leven. Negen, tien maanden als eitje in de bevroren grond en twee, drie maanden vogels en zoogdieren sarren. Niet alleen ’s nachts of in donker moerasbos, zoals bij ons. Want nacht is het nooit en bos is er niet. Juist in de volle zon zijn ze op hun best. Of slechtst, vanuit onze optiek.

Deze muggen zoeken niet, zoals bij ons, op hun gemak een plekje huid om te prikken. Ze vliegen doelgericht aan en boren zich in je huid, terwijl hun poten in een trosje naar buiten bungelen. Dat moet een manier zijn om in dierenvacht door te

DELEN
Kiek, Kiekendieven van Flevoland

Kiek, Kiekendieven van Flevoland

Op verzoek van provincie Flevoland aan St. Werkgroep Grauwe Kiekendief is kennis van de drie sooten Kiekendieven gebundeld in dit handzame boekje. De goed leesbare tekst is van de hand van schrijver en journalist Koos Dijksterhuis, de prachtige foto’s van fotograaf Hans Hut.

Uitgave van de St. Werkgroep Grauwe Kiekendief,
2009, ISBN/EAN: 978-90-812786-2-1

DELEN
Te Woord, Te Beeld

Te Woord, Te Beeld

Het verzenboek Te Woord Te Beeld
door de Regelmaten,
Uitgeverij KNNV Uitgeverij Zeist,
augustus 2007, ISBN 978-90-5011-253-6

Fotoverzen zijn een nieuw fenomeen. Zeker de fotoverzen van de Regelmaten. De originele foto”s van Klazenga en de puntige plezierverzen van Dijksterhuis zijn in combinatie nog origineler en scherper, vooral in het intelligente design van Cor Knops.

Informatie/bestellen:
via de website van KNNV: hoofdmenu ”Zoeken in catalogus” ( bv. zoeken op titel: Te Woord Te Beeld ) of per email voor €19,95 (€17,95 voor KNNV-leden) incl. BTW, excl. verzendkosten

Enkele voorbeelden uit Te Woord Te Beeld vindt u op plezierverzen.nl, Te Woord Te Beeld

DELEN
Winnen van de bierkaai

Winnen van de bierkaai

Eigenzinnige pioniers voor natuur, landschap en milieu
door Koos Dijksterhuis, met een voorwoord van Herman Wijffels

Bestellen kan via uw eigen (internet)boekhandel of uitgeverij Jan van Arkel.

Hij wordt geroemd, gerespecteerd, gevreesd en gehaat. Met zijn vasthoudendheid en swingende ironie wist hij verrassend veel te bereiken voor de bescherming van dassen. Ondertussen heeft Jaap Dirkmaat zijn inspanningen uitgebreid naar bescherming van het natuurlijke cultuurlandschap waarin dassen, hamsters en allerlei andere zoogdieren en vogels op aangewezen zijn. Volgens hem kan Nederland weer mooi worden:

kwestie van al het prikkeldraad vervangen door hagen, heggen, houtwallen, braakranden of sloten met riet. ‘Als iemand zo optimistsch is’, zegt Koos van Zomeren, ‘dan ga ik toch niet roepen dat het naïef gerommel in de marge is?’ Ook hoogleraar landschap en natuur Geert de Snoo (Leiden & Wageningen) en cultuurhistoricus Simon van den Bergh geven commentaar.

Na veertig jaar in het Nederlandse natuurbeheer, op het laatst als buitenbeentje bij Staasbosbeheer, emigreerde cultuurfilosoof Chris van Orden naar Rusland. Daar inventariseert hij vogels in de taiga: de laatste witte plek op de Europese verspreidingskaarten. Vanuit Rusland bereist hij Centraal-Azië, waar hij optrekt met inheemse volkeren, zoogdieren en vogels inventariseert en natuurbeschermingsprojecten opzet. Wat die man meemaakt tart iedere beschrijving.

Zijn ex-collega Adri de Gelder, de inmiddels overleden directeur van Vogelbescherming, geeft hem repliek, evenals ecoloog Harm Piek van Natuurmonumenten en natuurvorser Rob Bijlsma …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kiek, de Kiekendieven van het Oldambt

Kiek, de Kiekendieven van het Oldambt

Erik van Ommen (schilderijen, tekeningen, etsen)
Koos Dijksterhuis (tekst)

De sprinkhanenplaag in West-Afrika is een feest voor de grauwe kiekendieven. Deze roofvogels overwinteren daar en eten er maandenlang vrijwel uitsluitend sprinkhanen. De roofvogels broeden in Europa en daar vangen ze vooral veldmuizen en zangvogels. De grauwe kiekendief is de behendigste en sierlijkste luchtacrobaat van alle roofvogels.

Ondanks zijn lange vleugels en staart weegt deze vogel nog minder dan Nederlands kleinste roofvogel de torenvalk. Dankzij die rankheid is de vogel wendbaar genoeg om in de vlucht snelheidsduivels als zwaluwen te grijpen. De grauwe kiekendief jaagt op zowel zicht als gehoor. Met zijn scherpe oren kunnen alleen uilen zich meten. Hij heeft ook een uilachtig, rond koppie, veroorzaakt door een verenkrans die als een oorschelp zijn toch al grote ooropening helpt. Ieder kopveertje is onafhankelijk te bewegen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN