Natuurdagboek

Reuzensterns op laag water zoeken

Reuzensterns op laag water zoeken

Reuzenstern . Foto Koos Dijksterhuis
Reuzenstern . Foto Koos Dijksterhuis

Elk jaar ga ik met drie oude vrienden – telkens blijken we er weer een ouder – op vogelexcursie; ditmaal naar Zuidwest-Friesland. Ik wil graag naar het Oudemirnumer Klif, waar Gaasterland in het IJsselmeer glooit. Het is een mooi kleinschalig landschap met uitzicht over het water. Daar dobberen ganzen, knobbelzwanen, meerkoeten, futen en eenden. Bijzonderheden: twee zwarte zwanen en een dodaars. Onder de eenden bevinden zich zes grote zaagbekken en een brilduiker. Die zeven noorderlingen hebben hun nog zo zomerse winterverblijf al opgezocht.

De herfsttrek is dan ook begonnen. We verwachten reuzensterns, vogels zo groot als zilvermeeuwen, met een vuurrode snavel. Ze broeden langs de Botnische Golf en overwinteren in West-Afrika.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Dwergmot bij de leeslamp

Dwergmot bij de leeslamp

Dwergsikkelmot Foto Koos Dijksterhuis
Dwergsikkelmot. Foto Koos Dijksterhuis

Er fladderde iets kleins langs mijn oor toen ik ’s avonds in bed lag te lezen. Het landde op de muur naast me, en ik maakte een foto met mijn telefoon. Een motje. Afgelopen lente haalde ik weinig gedragen kleren uit de kast. Ik draag als Calvinist mijn kleren nogal af, zoals dat heet, ik doe twintig jaar met een trui die lekker zit. Sommige truien zitten prima, maar zijn haast te mooi voor dagelijks gebruik, zeker sinds we een hond hebben en er door de wildernis gestruind wordt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Broed- of uitkijkboom?

Broed- of uitkijkboom?

Buizerd en twee kraaien Foto Koos Dijksterhuis
Buizerd en twee kraaien. Foto Koos Dijksterhuis

Vorig jaar rond deze tijd schreef ik een natuuurdagboek over een grotendeels dode en kale boom die ik tijdens mijn wandelingen op enige afstand in een groot veld zag staan. Er hadden torenvalken in gebroed en er zat(en) tot in de herfst vaak één of twee torenvalk(en) bij hun nest in die boom.

De boom was echter bij meer vogelsoorten in trek. Ik zag er vaak zwarte kraaien in zitten, maar ook roeken, kauwen, houtduiven en spreeuwen, alsmede regelmatig een buizerd. Ik vroeg me af wie de boom het volgende broedseizoen zou gebruiken voor een nest en de torenvalken leken me de grootste kanshebbers. Tenslotte hadden die er succesvol gebroed, en bouwen torenvalken zelf geen nest. Ze broeden in oude kraaiennesten en nestkasten. Het oude nest zou dus wel opnieuw gebruikt worden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Eikels met een muts

Eikels met een muts

Knoppergal. Foto Koos Dijksterhuis
Knoppergal. Foto Koos Dijksterhuis

Gallen zijn gezwellen in een plant of boom, veroorzaakt door een galmug, galwesp, galmijt of schimmel. Eikenbomen huisvesten meerdere soorten. De bekendste zijn de kogelronde appelgallen aan de onderkant van bladeren van de zomereik. Ze zijn groen tot rood als (blozende) appels. Minder bekend zijn de geelbruine knikkergallen, nog ronder, op twijgen in de bladoksels. Veel minder bekend zijn ananasgallen, die als mini-ananasjes op de knoppen van eikenblaadjes groeien.

Vorige week kreeg ik drie mededelingen van lezers over rare, grillig gevormde eikels. Prompt vond ik tijdens een wandeling een reeds bruin verkleurde, verdroogde eikel met dezelfde gal.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kommavlinder, kale jonker, blauwe knoop

Kommavlinder, kale jonker, blauwe knoop

Kommavlinder op blauwe knoop. Foto Koos Dijksterhuis
Kommavlinder op blauwe knoop. Foto Koos Dijksterhuis

Met natuuronderzoeker Klaas Jager wandel ik door een heide in Zuidoost-Friesland. Het is augustus: vliegtijd van de kommavlinders, die hij elk jaar telt. Ze leven in een klein deel van het gebied. Daar groeien de grassoorten waar deze vlinders hun eitjes op afzetten, zoals schapengras en diverse struisgrassen. Kommavlinders overwinteren als eitje, in de lente verschijnen de rupsen. Ze zijn zeldzaam: op het vasteland van Friesland komen ze alleen in dit gebied voor.

Kommavlinders zijn kleine, oranjebruine vlinders. Ze horen bij de familie van dikkopjes en lijken het meest op het groot dikkopje, dat veel algemener is. Het groot dikkopje is egaler oranje en zijn vliegtijd loopt op zijn eind; we zien er niet een. Wel zien we twee zwartsprietdikkopjes. Alle dikkopjes hebben een karakteristieke, driehoekige vorm en een brede kop met grote zwarte ogen. Die geven de vlinders een verbaasd uiterlijk.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De mooie bontbek

De mooie bontbek

Bontbekplevier Foto Jeroen Reneerkens
Bontbekplevier. Foto Jeroen Reneerkens

Het zijn zulke mooie vogels: bontbekplevieren in zomerkleed! Meestal zie je ze niet van dichtbij, en heb je een verrekijker nodig. Ze scharrelen door en langs ondiepe wateren: meren, zeearmen, wadden… In dat open terrein ben je als verticale gluurder van één meter tachtig heel zichtbaar. Kom je te dichtbij, dan snorren de bontbekken ervandoor.

Daarom is het handig ze vanuit dekking te bekijken, een vogelhut bijvoorbeeld, en vooral: door die verrekijker. Dan zie je dat de dribbelende bolletjes prachtig uitgedost zijn met een zwarte borstband en oogmasker, een witte buik en grijze rug, gele poten en een gele snavel met een zwarte punt. Aan die snavelpunt danken ze hun naam.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Gentiaanblauwtjes leven te versnipperd

Gentiaanblauwtjes leven te versnipperd

Gentiaanblauwtje en klokjesgentiaan. Foto's Koos Dijksterhuis
Gentiaanblauwtje en klokjesgentiaan. Foto’s Koos Dijksterhuis

In een gebied dat bekend stond om gentiaanblauwtjes, zocht ik vorig jaar eitjes van die vlinders. Ik checkte tientallen klokjesgentianen, maar vond geen eitje. Nu was ik er weer, met een vriend. We checkten wel honderd klokjesgentianen, maar eitjes ho maar.

Kennelijk is het gentiaanblauwtje weer een leefplek kwijt. Die leefgebiedjes: schrale graslanden, zijn zeldzaam geworden in ons door stikstof verstikte land. Daarbij komt dat gentiaanblauwtjes bepaalde mieren nodig hebben, als pleegouders.

De rups die uit het eitje kruipt, schranst zich een weg in een bloemknop. Na een dag of tien heeft de rups genoeg van bloem en laat ie zich vallen. Dan sleept een mier hem mee, omdat ie ruikt naar mierenlarf. De mieren ‘denken’ hé, die hoort in het nest. Daar wordt de rups vertroeteld. De rups eet mierenlarven en -eitjes en zit de hele winter veilig en warm.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wilde bomen

Wilde bomen

Ruewe berk. Foto Koos Dijksterhuis
Ruewe berk. Foto Koos Dijksterhuis

De nieuwe Veldgids Wilde bomen en struiken (KNNV-uitgeverij, €39,95), door Lodewijk van Kemenade en Bert Maes, behandelt 53 houtige gewassen met hun ondersoorten, kweekvormen en exotische verwanten. Een heerlijk boek om in te bladeren, met duidelijke foto’s.

Bij de meeste soorten staat een paragraaf over in hoeverre ze nog wild zijn. Wild in de zin van inheems of autochtoon voorkomend. Dit is namelijk niet alleen een determinatiegids voor wie wil weten welke boom of struik er in de bosrand staat, het is vooral een gids om wilde van niet-wilde soorten te onderscheiden. Van veel bomen is het onbekend of ze oorspronkelijk op hun plek stonden, er later zijn geplant, of vanuit een aangeplant bosje zijn overgewaaid.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Witgat(je)

Witgat(je)

Witgatje. Foto Koos Dijksterhuis
Witgatje. Foto Koos Dijksterhuis

Een van de vroege doortrekkers die na het broedseizoen ons land aandoen is het witgatje, tegenwoordig de witgat genoemd. De commissie van Ornithologen Met Verstand Van Vogelnamen houdt niet van verkleinwoorden. Ik ook niet, behalve bij sommige planten- en vogelnamen. Rozenkransje, madeliefje, vergeet-me-nietje. Roodborstje, winterkoninkje, goudhaantje. En witgatje dus. Klinkt toch vriendelijker dan witgat. Witgat klinkt als bleekscheet.

Witgatjes zijn steltlopers die langs oevers scharrelen en waden. Ze lijken op bosruiters en oeverlopers. Net als witgatjes passeren die laatste twee ons land in de lente en nazomer. Van witgatjes blijven er trouwens altijd wel een stuk of wat de hele winter plakken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lezen Apollovlinders het waarschuwingsbord niet?

Lezen Apollovlinders het waarschuwingsbord niet?

Grote weerschijnvlinder Foto Koos Dijksterhuis
Grote weerschijnvlinder. Foto Koos Dijksterhuis

Bij en met vrienden in de Eifel togen wij twee dagen de velden in op zoek naar dagvlinders. In de Eifel houden nog aardig wat bloemrijke hooilandjes stand tegen de door de EU gesubsidieerde intensivering.

Voor dagvlinders hoef je geen einden te lopen, integendeel; rondhangen en kijken levert vaak meer op. Steeds meer vlinders zie je dan en zij zien jou allengs minder als iets levends, en komen soms dichtbij.

Een stukje dwars door zo’n wei levert wel een zwerm vlinders en ander gevleugelte op: grasmotjes, hommels, kevers en sprinkhanen. Van de vlinders houden bruine zandoogjes en zwartsprietdikkopjes wel van hoog gras. Oranje zandoogjes en geelsprietdikkopjes zoeken het wat schraler.

We zagen 25 soorten dagvlinders, waaronder de door mij verlangde grote weerschijnvlinders en het scheefbloemwitje. Maar mijn droomsoort zagen we niet: de apollovlinder.

Lees Meer Lees Meer

DELEN