Kommavlinder, kale jonker, blauwe knoop

Met natuuronderzoeker Klaas Jager wandel ik door een heide in Zuidoost-Friesland. Het is augustus: vliegtijd van de kommavlinders, die hij elk jaar telt. Ze leven in een klein deel van het gebied. Daar groeien de grassoorten waar deze vlinders hun eitjes op afzetten, zoals schapengras en diverse struisgrassen. Kommavlinders overwinteren als eitje, in de lente verschijnen de rupsen. Ze zijn zeldzaam: op het vasteland van Friesland komen ze alleen in dit gebied voor.
Kommavlinders zijn kleine, oranjebruine vlinders. Ze horen bij de familie van dikkopjes en lijken het meest op het groot dikkopje, dat veel algemener is. Het groot dikkopje is egaler oranje en zijn vliegtijd loopt op zijn eind; we zien er niet een. Wel zien we twee zwartsprietdikkopjes. Alle dikkopjes hebben een karakteristieke, driehoekige vorm en een brede kop met grote zwarte ogen. Die geven de vlinders een verbaasd uiterlijk. …








