Geknipte krabben

Zwemkrab. Foto Koos Dijksterhuis
Zwemkrab. Foto Koos Dijksterhuis

Krabben kunnen rennen. Op het strand of op de zeebodem rent een krab zijdelings voort. Vooral strandkrabben zijn hardlopers. Bij gevaar rennen ze de zee in en schuiven ze in een spleet onder een steen of graven ze zich in. Krabben hebben tien poten. Met twee daarvan lopen ze niet maar grijpen ze: de scharen.

Niet alle krabben kunnen zwemmen. Zwemkrabben wel. Die kom je op het strand bijna even vaak tegen als strandkrabben. Een strandkrab rent op acht poten, een zwemkrab op zes, want de achterste twee zijn te breed en plat om op te lopen. Dat zijn een soort zwemvliezen.

De krab op de foto heeft geen zwemvliezen, maar is wel een zwemkrab. De brede, platte poten zijn afgeknipt. Er zijn nog twee stompjes over. Er waren vissers op het strand die de zwemvliezen afknipten. Ik heb vissers ook eens de scharen van zwemkrabben zien afknippen, omdat ze de krabben wilden opeten en bang waren dat de krab ze zou knijpen.

In een verhaal of roman van Jan Wolkers, ik geloof dat het Terug naar Oegstgeest is, loopt kleine Jan in zijn warme zondagse pak achter vader aan naar het strand. De familie komt uit de kerk, het is de dag des heren en dus moet er geleden worden. Godsvruchtigen mogen naar het warme, zonnige strand, maar moeten hun zweetpakken aanhouden. Jan ziet een visser die een krab als aas gebruikt. Om weglopen te voorkomen zijn alle poten afgeknipt, de stompjes bewegen wanhopig. Met een oculeermesje snijdt de visser een rechthoekje uit het schild. Hij pulkt stukjes vlees uit de levende krab.

Zilvermeeuwen doen hetzelfde met krabben. Stukpikken, van snoepen en laten kreperen.

(Natuurdagboek Trouw maandag 27 okt. 2014)