Parkieten – plaag of aanwinst?

Halsbandparkiet, © Koos Dijksterhuis

Ze zijn een plaag, ze terroriseren de stad, ze komen uit het buitenland, ze horen hier niet thuis! Op de radio wond ene Fleur zich op. Ik dacht: het zal Fleur Agema wel zijn, van de PVV, over Marokkanen. Maar het was een andere Fleur, Fleur Jurgens, over halsbandparkieten. De brij aan schreeuwreclames, fileberichten en herhalingen van steeds hetzelfde nieuwsbulletin doet me de radio meestal gauw weer uitzetten. Maar een discussie over halsbandparkieten wilde ik wel even horen. Negenduizend halsbandparkieten zijn er in Nederland, waarvan een kwart in Amsterdam. Fleurs belangrijkste argument: de oorverdovende herrie. Haar opponent zei dat hij de groene gezelligheidsdieren juist leuk vond en zich helemaal niet aan hun gekrakeel ergerde. Hij heet dan ook Frank Groen en is bioloog. Over smaak kun je lang twisten maar als basis voor beleid (Fleur wilde nesten vernielen enzo) is persoonlijke voorkeur een wat magere basis. Dat snapte Fleur ook en daarom haalde ze er het argument bij dat de parkieten andere vogels uit hun holen verdringen. Typisch weer zo’n opgeworpen balletje, een aanname zonder bewijs. Buitenlanders pikken onze huizen in. Nu is er naar die parkieten wel onderzoek gedaan en Frank vertelde dat er geen invloed op andere holenbroeders (spechten bijvoorbeeld) was, behalve een klein beetje op boomklevers. ‘Maar niet in Amsterdam’, zei hij, ‘waar boomklevers flink toe nemen.’ Voedselconcurrentie lijkt me ook geen probleem, zolang het aanbod van pinda’s de vraag enorm overtreft. Fleurs enige argument dat overbleef was: ze horen hier niet, ze zijn ooit uit India en Pakistan meegenomen.

Halsbandparkieten zijn knalgroen en daardoor gemakkelijk te zien. Ze scheren vaak in groepjes door de stad en zijn dan zeker ook hoorbaar, net als meeuwen en in de zomer gierzwaluwen. Ik vind het wel een luisterrijke aanvulling op autogeronk, vliegtuiggebulder, tramgeklingel en burengeschreeuw. Er zijn heel wat vogels verdwenen, en komt er eens een bij, dan is het weer niet goed. Ik zag een keer een parkiet voor mijn raam langs scheren, in Groningen. Ooit zag ik er een het nauw van Calais oversteken, richting Engeland. Ze jakkerden door mijn tuin in Pakistan, toen ik in Swat woonde, de vallei die de laatste jaren geteisterd wordt door bandieten, soldaten en overstromingen. Toen was het er vredig. De Swatrivier stroomt zuidwaarts uit het Karakoramgebergte, door een dal dat diep in het hooggebergte snijdt. Het is een handige trekroute voor vogels. De parkieten overwinteren in het laagland, bijvoorbeeld in de oude Moghulparken van Lahore. Ik zag halsbandparkieten ook in West-Afrika. In onze contreien kun je ze zien in Amsterdam, Brussel, Den Haag, Rotterdam of Haarlem. Elke keer als ik in een van die steden kom, kijk ik naar ze uit.

Fleur kan ze niet meer zien. Zou ze wel beseffen hoe benijdenswaardig ze is? Wat een geluksvogel is zij, dat ze niets ernstigers heeft om zich zorgen over te maken dan parkieten.