Late rupsen in camouflagepak

© K. Dijksterhuis, Oranjetipje rups Kuinderbos

Ze zijn mijn lievelingsvlinders. Trouwe lezers van het natuurdagboek zijn niet verrast als ik het oranjetipje huldig: hulde aan het oranjetipje!

Er waren er veel dit voorjaar en ze bleven lang vliegen, tot ver in juni. Nu vliegen ze niet meer, ze wachten daarmee tot april 2011. Nu zijn de rupsen zich aan het verpoppen. Ook dat doen ze laat, dit jaar. Ze hebben de planten opgegeten waar hun moeder eitje heeft afgezet: pinksterbloem, look-zonder-look, misschien bosveldkers. Lees “Late rupsen in camouflagepak” verder

Vlasbek met pruillip

Jaren geleden kreeg ik geelzucht. Had ik maar geweten dat vlasbekjes tegen geelzucht hielpen! Het vlasbekje is zoals bijna iedere plant een alternatief geneesmiddel. Alternatief betekent dat de heilzame werking nog nooit aangetoond is. Zodra de heilzame werking is aangetoond, is een geneesmiddel niet alternatief meer. Het aantonen van heilzame werkingen is lastig. Er is meer voor nodig dan schreeuwen dat het echt helpt! Meer dan blind geloof. En ook al gaat uw geelzucht over na het drinken van vlasbekjesextract, zegt dat weinig. Bij mij is de geelzucht zonder vlasbekjes overgegaan. Lees “Vlasbek met pruillip” verder

Vulgaire paardenstaart

© K. Dijksterhuis

De betekenis van het Franse woord voor lidsteng houdt uw gemoederen bezig. Ik kreeg meerdere reacties die in twee categorieën te verdelen zijn: moeras en spar.

Herman Bink schrijft dat de dorpsnaam Pesse net als Peize moeras(rand) betekent.  Pesse vulgaire betekent volgens hem gewone moerasplant. Meerdere lezers geven deze verklaring. Lees “Vulgaire paardenstaart” verder

Russisch bezoek met gekruiste snavel

Kruisbek, © Roland Jansen, Steenwijk

De zon straalt uit een staalblauwe hemel, de lucht is helder, er waait een bries over het bos. Ik hoor een vogelgeluid dat me vaag bekend voorkomt, maar dat ik niet kan plaatsen. Het is een gevarieerde serie roepjes: een metalig muziekje met piepjes en gerinkel. Ik kijk omhoog en zie door een hiaat in het naaldendek van grove dennen een roestig silhouet voorbijschieten. Het heeft iets van een forse vink, maar ook wel iets van een kleine vrouwtjesmerel. Tegen de lichte achtergrond durf ik geen soortnaam bij het silhouet te bedenken. Lees “Russisch bezoek met gekruiste snavel” verder

Boktor zonder hout

© K. Dijksterhuis, Distelboktor Agapanthia villosoviridescens

Zou een boktor boktor heten vanwege zijn uitbundige voelsprieten die lijken op de horens van een bok? Ik denk het wel. De distelboktor leeft als larve in de stengels van distels en brandnetels en heet ook wel brandnetelboktor. Op één dag kwam ik onlangs twee van deze slanke boktorren tegen, zo’n zestig kilometer van elkaar. De eerste zat op brandnetel in een drassig wilgenbos, de ander zat op distel in een berm langs een sloot. Of nee, beide zaten op mijn hand. Maar de omgeving was rijk aan brandnetels respectievelijk distels. Lees “Boktor zonder hout” verder