Vleesetende waterplant

© Meint Mulder, Blaasjeskruid

Bij vrienden staat de vijver vol ontwapenende, gele bloempjes. Maar pas op: onder water hebben de bloempjes een partij gewiekste  vallen op scherp staan. Eivormige ballonnetjes met een deurtje vol antennes. De ballonnetjes staan onder druk van het water. Ze worden een beetje samengeperst, waar ze handig gebruik van maken. Zodra de antennes een klein vlokreeftje, wormpje, een muggenlarve of soms zelfs kikkervisje voelen, klapt het deurtje open, zuigt de lege ballon zich barstensvol, waarna de nieuwe inhoud het deurtje weer dichtduwt. De watervlo of worm zit gevangen en wordt verteerd. Blaasjeskruid is dus een vleesetende waterplant. Lees “Vleesetende waterplant” verder

Drieteenstrandlopers op Schiermonnikoog

© Jeroen Reneerkens, Drieteen G3YWGW

Drie zomers ploeterde ik met bioloog Jeroen Reneerkens op Groenland door de sneeuw en modder over de toendrabergen, om drieteenstrandlopers te bestuderen. Er waren geen voetbalcompetities, geen tv, internet, e-mail, telefoon, krant of deurbel. Geen auto’s, geen winkels, niets. Wel een verpletterend mooi, woest landschap met glinsterende fjorden en ijsvelden in een immer lage zon. Met walrussen, poolvossen, poolwilgjes, klaprozen, muskusossen, poolparelmoervlinders en muggen, miljoenen muggen. Lees “Drieteenstrandlopers op Schiermonnikoog” verder

Een nacht in het bos

© K. Dijksterhuis, ondergaande maan

Om met een paar vlinderaars nachtvlinders te vangen vervoeg ik mij om tien uur onder een oranje avondlucht op de afgesproken plaats in het Knarbos.

Niemand te zien.

Ik rijd naar een andere plek, een kilometer verderop, waar ze eveneens regelmatig nachtvlinders vangen. Ook niemand. Er dartelen twee nachtvlinders rond. Ik keer terug naar de afgesproken plek, waar de oranje hemel diep rood kleurt. De laatste merel zingt zijn melancholische lied en ik drink een glas wijn. Die wijn heb ik meegenomen. Ik heb van alles meegenomen, want ik blijf in de auto slapen. Ik wandel een bospad op en af, passeer een open plek, zie de eerste ster: Venus, in het noordwesten. De eerste en felste sterren zijn vaak planeten. De laatste bosvogel die ik hoor, is een nachtegaal. Dat stemt mij tevreden. Struin ik eens ‘s nachts door het bos, hoor ik een nachtegaal. Lees “Een nacht in het bos” verder

De wederkomst van de zwanebloem

Zwanenbloem, © Jeanette Essink

Elke zomer gebeurt het weer: de eerste zwanebloem. Een paars met roze waaier op een hoge stengel in een sloot. Prachtig. Ik wilde ze zo graag in de sloot naast ons huis, dat ik verderop een zwanebloem lostrok en bij ons vrijliet. De plant redde het niet. Misschien was het water nog te schoon. We hadden toen één van de schoonste wateren van Nederland, dankzij het waterzuiverende rietveld waar het wijkwater doorheen cirkelde. Zwanebloemen willen graag wat voedingswaarde in het water en stellen het op prijs als de bodem soms wordt omgewoeld. Later werd de bodem omgewoeld door een brullend baggervaartuig. Het zuiverende rietveld werd elk jaar te kort gemaaid, zodat het riet rotte en het water vies werd. Krabbescheer en andere kwetsbaren trokken zich terug. Zwanebloemen verschenen. Ik kreeg er een paar van de buurvrouw voor mijn verjaardag. Als ik landplanten krijg voor in de tuin, worden die altijd meteen opgegeten door slakken. Waterplanten leken me een duurzamer cadeau. Lees “De wederkomst van de zwanebloem” verder

Groene golf

Groene specht, © Gerard Hendrix

Weinig standvogels zijn zo standvastig als de groene specht. Ik zag er van de week twee. Ik vind ze prachtig, met hun rode pet op hun groene pak. Op de Groninger klei bij mij thuis zijn geen groene spechten. Maar ik was in een bos op zandgrond. Ik zag een glimp van een vogel boven de bomen. Het was geen duif of gaai. Het was iets ongebruikelijks. Daar golfde hij reeds het pad over, een groene golf. Spechten vliegen in sinuscurven. Ik zag hem niet weer, maar een half uur later zag ik een andere groene specht. Of was het toch dezelfde? Lees “Groene golf” verder