De dodelijke val op kwelder

© Bruno Ens, Ondergelopen kwelder Schiermonnikoog (19-06-2010)

Zaterdag 19 juni blies bij springvloed een noordenwind de Noodzee het wad van Schiermonnikoog op. Het water rees en de kwelder van Schier overstroomde. Een kwelder is buitendijks land, aangeslibd door de zee. Een overstroming op zijn tijd hoort erbij. Maar in de zomer? Ik heb het idee dat het vaker in de zomer stormt dan vroeger en dat de Schiermonnikoger kwelde bijna jaarlijks blank staat. Dat de veldmuizen dan op de vlucht slaan naar hogere delen, waar mantelmeeuwen ze opwachten. En dat de nesten van lepelaars, sterns, meeuwen en scholeksters wegspoelen. Maar ik heb zo vaak het idee. Lees “De dodelijke val op kwelder” verder

Paardestaart te water

© K. Dijksterhuis

In Engeland noemen ze hem ‘mare’s tail’ en de plant lijkt ook op een paardestaart, een paardestaart te water. Twee jaar geleden vond ik er één in de sloot. Rare plant, dacht ik, want in Groningen zijn ze niet zo talrijk. Ze houden van kalkhoudend water met een kleiige bodem. Kleiige bodems zijn er genoeg in Groningen, maar kalkrijk water is er minder. Boek erbij, het was lidsteng. De plant is eerder een weegbree dan een paardestaart, al beschouwen sommigen lidsteng als aparte familie, een familie met één familielid.

Lidsteng. Lees “Paardestaart te water” verder

Hete libel

© K. Dijksterhuis
© K. Dijksterhuis

Op een zonovergoten grasveld in het bos nam een stevig gebouwde libel plaats op een steen. Daar bleef zij zitten. Het was een vrouwtje oeverlibel, ik denk nog jong. Nergens was water, laat staan een oever. Ik vreesde dat de libel verschroeide op de hete steen. Maar oeverlibellen nemen graag op een steen of kale grond een zonnebad. Ik heb de libel niet gesekst, maar durf te beweren dat het een vrouwtje was. Een mannetje oeverlibel is namelijk blauw, een vrouwtje geelbruin en een jong vrouwtje geel. Soms zijn de dingen simpel. Lees “Hete libel” verder

Inleiding Jong & Wild, verrassende natuur in Flevoland

Flevoland mooi

‘De natuur van Flevoland? Kon je geen andere provincie kiezen?’ Een vriend van me begon over zijn regelmatige autorit over de A-6: saai, lelijk! Ik begon als een evangelist de natuur van Flevoland te prijzen. Ik ageerde dat ik voor dit boek veel door die provincie struinde. De wegen zijn er recht, gaf ik toe, de akkers groot, de boerderijen hypermodern, de bedrijventerreinen uitgestrekt en troosteloos. Allemaal waar. Een kleinschalig agrarisch heggenlandschap is er nauwelijks. Flevoland is in de hoogtijdagen van de industriële landbouw en de ruilverkaveling ingericht. Er hoefde niets herverkaveld te worden, het land kon op de tekentafel efficiënt verdeeld worden in grote rechthoeken: de toekomstige percelen. De geplande productiebossen bestonden meestal uit een aantal van zulke percelen. De Flevolandse bossen zijn vaak recht en hoekig. Bijster romantisch klinkt dat allemaal niet. Maar waar de rest van Nederland met zijn eeuwenoude cultuurlandschap op de schop is gegaan, is platgespoten, rechtgetrokken en ontwaterd, ging het in Flevoland juist de goede kant op. Het begon met Kamperhoek, waar ’s lands eerste natuurontwikkelingsterrein ligt, met moerasbos, water en prachtige, natte rietvelden. De Oostvaardersplassen ontstonden, het bewijs dat er in vrij korte tijd natuur kan ontstaan van internationale faam. Ze zijn vaak nat, de natuurgebieden van Flevoland. Moerassen, plassen, randmeren; Flevoland heeft er veel van. Met bevers, roerdompen en grote karekieten. De provincie streeft naar een geleidelijjke overgang tussen land en water. Kustzones worden drassig gemaakt en voor de kust moeraseilandjes aangelegd.

Ze zijn nog maar met weinigen, maar de Flevolandse akkerbouwers die voor erf- en akkervogels zorgen, pakken dat al even grootschalig en efficiënt aan als hun bedrijfsvoering. Met akkerranden van wel dertig meter breed, waar het ritselt van de gele kwikstaarten. Met dijken vol orchideeën, een erf met zomertortels.

Sommige wegbermen in de Noordoostpolder worden botanisch beheerd. Het effect kan zich na enkele jaren al meten met de mooiste valleien op de Waddeneilanden en in Zuid-Limburg.

Geen provincie is zo ver gevorderd met de Ecologische Hoofdstructuur als Flevoland. De bossen worden er al jaren natuurlijk beheerd, in veel bos wordt helemaal niet meer gekapt. En wat voor bos! Qua bos staat Flevoland met stip op 1 in de Nederlandse provincietop. Net als de landerijen zijn de bossen er groot. Het Horsterwold is één van de grootste loofbossen van de Europese Unie. De bossen zijn omzoomd met struwelen van meidoorn, sleedoorn, liguster, wegedoorn en zoete kers. Er broeden zwartkopjes, nachtegalen, wielewalen, appelvinken. Er hebben zelfs grauwe klauwieren gebroed.

De Flevolandse bossen zijn geweldig, zo kom je ze nergens tegen. Ze zijn jong, al zijn ze toch al veertig, vijftig, zestig jaar oud. En ze staan op rijke, vruchtbare klei. Afgezien van een paar populierenakkers staan vrijwel alle Nederlandse bossen op arme zandgrond. In Flevoland groeide het bos ongekend snel, veel sneller dan ’s lands houtvesters voor mogelijk hielden, de bomen zijn groot, het bos lijkt ouder dan het is. De maagdelijke zeebodem vol schelpenkalk lokte bovendien de meest bijzondere varens, mossen en zwammen het bos in.

En wat het mooiste is: je komt in Flevolandse bossen geen mens tegen! Dat komt, er is veel bos en er zijn weinig Flevolanders. Randstedelingen zijn bereid om uren in de file te rijen voor een snuifje Veluwe. Dat ze niet in de rij staan voor Flevoland, komt doordat ze denken dat Flevoland lelijk is. Ze denken aan regelrechte wegen door platte polders. Ze denken dat de enige natuur er de Oostvaardersplassen zijn. Laat ze dat maar denken, straks komen ze nog met miljoenen in hun auto’s naar Flevoland. De Flevolandse natuur is natuur voor de liefhebbers van groots en stoer en tegelijk voor de fijnproevers.

Die vriend van me wilde na mijn betoog wel eens wat meer zien van Flevoland dan de bermen van de A-6. Ik liet hem een vossenfamilie zien langs de Praamweg, het uitzicht in de Stille Kern, de zeearend in het Ketelmeer, oranjetipjes in het Harderbos en dodaarzen in het Horsterwold.

Koekoeken, boommarters, edelherten, kluifjeszwammen, tongvarens en bijenorchissen; in dit boek komt u ze tegen. Ook boswachters, natuurtalenten, boeren, bestuurders en wandelaars  komt u tegen, evenals de gebieden waar ze werken of wandelen. Leest u het zelf, maar leest u niet te lang. Ga liever eens kijken in Flevoland. U zult versteld staan!

Groningen, juli 2010

De buren en de bereklauw

© K. Dijksterhuis, Bereklauw in knop

We zaten in een café en een kennis van me vertelde over de enige keer dat hij vrij kampeerde, in Frankrijk op een veldje bij een beek. ’s Nachts werd hij wakker. Hij moest hoognodig. Hij stelde het zo lang mogelijk uit, sprak zichzelf moed in en ritste de tent open. Terwijl hij vertelde maakte hij bijpassende bewegingen met zijn bovenlichaam. Ik zag het voor me. Hij liep een paar meter bij de tent weg, deed een plas en draaide zich weer om. Toen bleef hij stokstijf staan. Tegen de donkere nacht stak  een zwart silhouet af van een forse kerel. De man stond even voorbij de tent naar hem te staren. Mijn kennis durfde zich niet meer te verroeren. Hij stond op om de ongemakkelijke houding te tonen, waarin hij zich niet meer verroerde. Hij hoopte dat hij zelf tegen de bosjes onzichtbaar zou zijn. Geleidelijk gloorde de dageraad. De enge man werd steeds zichtbaarder en veranderde zomaar in een bereklauw. Lees “De buren en de bereklauw” verder