Startpagina

Startpagina

Natuurdagboeken

  • Bevrijdende natuurclub

    CJN zomerkamp Schier 1970. Foto Marian Duisterhof
    CJN zomerkamp Schier 1970. Foto Marian Duisterhof

    In 1946 werd de CJN opgericht, die wortelde in de CMJN, de Christelijke Meppeler Jeugdclub van Natuurvrienden. Die Meppelaars verlieten in 1943 de NJN, omdat ze daar zondags op excursie gingen. Zaterdag verschijnt Een kleine geschiedenis van de CJN, van Jelte Rozema, Gerard Boere en Lenze Hofstee. Het bestrijkt dertig jaar tot 1976, toen de Christelijke en de Katholieke Jeugdbonden fuseerden tot de Algemeen Christelijke Jeugdbond voor Natuur- en milieustudie.

    Zelf werd ik na die fusie lid. In mijn woonplaats Amersfoort kende ik mensen van de NJN, maar die gingen op zondag op pad en bij ons thuis werd de zondag geheiligd als dag waarop je je moest vervelen en lijden in de kerk. Ik ging dus bij de zaterdagse ACJN. Ik ontdekte dat er nog meer pubers waren die bossen leuker vonden dan brommers en vogels interessanter dan voetbal. (meer…)

    DELEN

Archief natuurdagboeken

Plezierverzen

  • Het klinkt wellicht een beetje cru: een zalig uiteinde wens ik u

    Onzalig

    We geven toe aan wie de ruimte claimen
    Ruim baan dus voor de land- en wegenbouw
    Natuur, klimaat, milieu gaan in de rouw
    Want wij ontkennen liever de problemen

    We dansen lachend op de Krakatau
    We blijven het er ongeremd van nemen
    Verankerd in vertrouwde leefsystemen
    Al raken hele groepen in het nauw

    We stemmen de natuurbescherming weg
    Het is natuurlijk zonder meer schandalig
    En voor de leefomgeving domme pech

    We zijn nou eenmaal vreselijk inhalig
    De wolf, de bever, knotwilg, houtwal, heg
    Hun eind is na, hun uiteinde onzalig

     

    DELEN

Archief plezierverzen

Bibliografie

  • Noordkrompen, Zee-engelen en koffieboontjes – een schelpenboek

    voorkant boek Noordkrompen, zeeengelen en koffieboontjesNu verkrijgbaar, mijn boek over schelpen bij Atlas Contact.

    ‘Schelpen! Van rond tot puntig, van minuscuul tot voetbalformaat, van breekbaar tot stevig, van lomp en lijvig tot slank en gestroomlijnd, van glad tot grillig, van wit tot welke kleur ook – dat zulke schitterende sculpturen gemaakt kunnen worden door een snotterig weekdier dat voor negentig procent uit water bestaat verbaast mij nog altijd bij iedere schelp.’

    Er zijn zo’n honderdduizend soorten schelpdieren, in de meest buitenissige vormen en kleuren, en de noordkromp is de heilige graal onder de schelpen. Alleen op Schiermonnikoog kom je deze zeldzame schelp wel eens tegen, vooral na een stevige herfststorm. Een noordkromp vinden is daarom het doel van menig strandwandelaar. En dus ook van Koos Dijksterhuis, die zijn hele leven al gefascineerd is door schelpen. Schelpdieren zijn er te land, te water en ter zee. Maar de meeste leven in zee. Ze zijn er van kolossaal tot minuscuul, tweekleppig of slakvormig, maar wat ze in elk geval gemeen hebben, is een avontuurlijk seks-leven. Veel schelpdieren zijn tegelijk man en vrouw, ze kunnen elkaar tegelijkertijd bevruchten. Sommige kunnen, als ze eenzaam zijn, zelfs zichzelf bevruchten. Oesters doen hun erotische imago eer aan door in een massale orgie tegelijkertijd klaar te komen. Als ze dat doen kleurt de Noordzee melkachtig troebel en deinzen badgasten terug. Koos Dijksterhuis schrijft meeslepend over de schelpdierwereld waarin je het zo gek niet kunt verzinnen, of het komt voor.

    DELEN

Bibliografie lijst / Archief “boekberichten”

  • Selecteer berichten op datum(reeks) en/of op categorie

DELEN