Een kort leven als eindstadium

Veel insecten beginnen hun leven als larve of nimf en bereiken pas na een gedaanteverwisseling of enkele vervellingen hun volwassen stadium: het imago. Dat klinkt alsof er via onbeduidende tussenstadia naar een gewichtig einddoel gestreefd wordt. Dat valt te bezien. Vaak leeft een insect veel langer als larve dan als imago. Op de toendra van Groenland leeft een beervlinder die veertien jaar rups kan zijn, alvorens nog even als vlinder te verschijnen. Als rups wordt er gegeten, als vlinder wordt er voortgeplant. Vlinders drinken wel nectar als energiebron, maar eten doen ze alleen als rups.
Vlinders zouden daarom net zo goed eendagsvliegen kunnen heten. Net zomin als eendagsvliegen zijn vlinders vliegen, en evenals eendagsvliegen leven ze kort. Al maken eendagsvliegen het met hun ene vliegdag wel heel bont. Eerst leefden ze een jaar als larve onder water; de meeste soorten althans. Sommige soorten raffelen hun larvestadium in enkele weken af, andere doen er twee jaar over. Als vliegend insect wisselt hun levensduur ook nogal. Er zijn er die binnen anderhalf uur hun slag moeten slaan, andere weten hun leven een week te rekken.
Omdat eendagsvliegen geen vliegen zijn, worden ze vaak met hun andere familienaam aangeduid: haften. In mijn keuken zat er een, met de voor haften karakteristieke holle rug, opgeklapte vleugels en staartdraden. Bovendien leek ie een soort helm te dragen, een gelige. Of eigenlijk twee helmpjes naast elkaar. Dat zijn zijn ogen, door entomologen ‘muffin-ogen’ genoemd.
Mede door die muffin-ogen maakt hij zich bekend als Gewone tweevleugel, de meest algemene eendagsvlieg, die in vele sloten en vijvers voorkomt omdat ie niet maalt om een beetje vervuiling. Ik woon aan het water, dat kennelijk niet brandschoon is. Dankzij dat water tref ik in de tuin vaak libellen, maartse vliegen, bootsmannetjes en andere waterinsecten aan, zoals deze tweevleugel.
(Natuurdagboek Trouw woensdag 4 mei ’22)