Zwarte vlieg

Maartse vlieg (Bibio marci)© K. Dijksterhuis

Traag en gitzwart vliegen ze boven de grasdijk. Met hangende poten. Niet echt het zonnetje in huis, die rouwvliegen. Maar buitenshuis vliegen ze wel in het zonnetje. Daar strijkt er één neer op een verdorde riethalm van vorig jaar. Mooi hoor, zo zwart tegen de blauwe lucht.

Er bestaat een gewone rouwvlieg en een maartse vlieg. Er zijn zelfs twee verschillende soorten rouwvliegen die allebei maartse vlieg heten: Bibio hortulanus en Bibio marci. De eerste zou je tuinrouwvlieg kunnen noemen, de tweede klinkt meer als maartse vlieg. Ze heten niet maarts omdat ze vooral in maart vliegen, maar omdat ze eind april, begin mei vliegen. Dan ontpoppen soms massaal de larven, die in grazige grond leven en aan graswortels knagen. Dit jaar kwamen ze begin april al tevoorschijn.

Eind april is de naamdag van Marcus, die van het evangelie. Vandaar dat marci, waar wij maarts van hebben gemaakt. Om nog meer verwarring te zaaien: maartse vliegen zijn muggen, geen vliegen, hoewel vliegen en muggen allebei bij de tweevleugeligen horen. Muggen dus, maar ze prikken niet. Ze hebben wel wat van langpootmuggen, al zijn ze maar een centimeter lang.

De rouwvlieg op de foto heeft doorschijnende vleugels. Daaruit blijkt dat het een mannetje is. Vrouwtjes hebben zwarte vleugels. Bovendien heeft een vrouwtje geen ogen zo groot en bol. Rouwvliegen zijn traag en niet zo bang. Ze laten zich goed benaderen door een camera en komen er dan mooi op. Vanwege hun traagheid en hun soms grote aantallen kunnen ze in uw haar blijven steken, als u door de polder fietst. Houdt u dan zeker een hand voor uw mond als u moet geeuwen.