Zwarte nachtschade

Zwarte nachtschade, © K. Dijksterhuis

Op braaklandjes en in mijn tuin bloeien planten die veel op aardappelplanten lijken. Met die bloempjes die mij altijd aan Turkse kaboutertulbandjes doen denken. Vijf witte, spitse kroonbladen wijzen hun punt naar achteren. Te midden daarvan steekt een geel staafje uit: de helmhokjes met het stuifmeel. Sommige bloemen zijn uitgebloeid. Daar zwellen bessen op. Nu nog groen, straks zwart. Het zijn zwarte nachtschaden. Nachtschade is geen vriendelijke naam. De nacht heeft al iets duisters, en schade is helemaal ellendig. Of zou schade afgeleid zijn van schaduw? In het Engels heten de planten shade, wat schaduw betekent. Maar de meeste nachtschaden houden wel van een zonnetje en vaak zijn ze giftig. Daarbij zijn er die tuinders schade berokkenen als onkruid, zoals de zwarte nachtschade. Die groeit bijvoorbeeld graag tussen aardappels en verschijnt pas in de zomer, als er allang (veel) gespoten is. Dan moet de boer nog eens met herbiciden tekeer gaan. En niet het eerste het beste herbicide, want veel groenverdelgers maken in één moeite door ook korte metten met de aan zwarte nachtschade verwante aardappels.

Bitterzoet, doornappel, bilzekruid; allemaal nachtschaden. Maar ook aardappelen, aubergines, tomaten en paprika’s zijn nachtschaden. Een vriend van vroeger was antroposoof en wantrouwde deze lekkernijen. Er kleefden mysterieuze bezwaren aan nachtschaden. Ze waren te aards, vond hij. In de film Abel komt ook een esoterisch gelovige voor, die gruwt van paprika en tomaat. Geloof bevat vaak regels over voedsel. Spijswetten. Maar zo zwart-wit ligt het niet. Er is maar één nachtschade zo kwalijk dat ie zwarte nachtschade wordt genoemd. Toch kan ook zijn gif bruikbaar zijn. Het sap uit zijn gekneusde bladeren werkt desinfecterend op zweren en abcessen.