Zwarte en bruine alpino

Zwartkopjes houden van appel. Ze houden ook van insecten. Hun spitse snavel is handiger in het uit kiertjes oppikken van insecten, dan van zaden en vruchten. Maar een appel gaat er altijd in.

Zwartkop m+v. Foto Jeanette Essink
Zwartkop m+v. Foto Jeanette Essink

Zwartkopjes zijn er veel. De zwartkop is een van de weinige vogelsoorten waarmee het voor de wind gaat. De afgelopen twintig jaar is hun geschatte aantal verdrievoudigd van honderd- naar rond de driehonderdduizend paartjes. Die toename ging gepaard met de groei van het bosareaal, en met het ouder worden van het bos. Zwartkopjes houden van loofbos met een ruige ondergroei. Al zijn er nog zoveel, en komen ze ook in wilde tuinen en stadsparken voor, ze zingen verscholen in het blad. En ze broeden in dicht struikgewas op de grond, onder braamstruiken bijvoorbeeld.

Als de bomen nog niet in blad staan, zijn zwartkopjes soms te zien. Maar zelfs in een kale boom kan het lastig zijn ze te vinden. Je staat eronder, boven je tatert een zwartkop en nog zie je hem past wanneer hij de boom uitvliegt. Naar een andere boom, waar hij zijn lied hervat. Zwartkopjes zijn beter te horen dan te zien. Hun zang klinkt merelachtig, maar wat hoger, sneller en helderder. Het liedje lijkt op dat van de tuinfluiter, een verwante zangvogel, die wat jongere en vochtiger bossen de voorkeur geeft, terwijl zwartkopjes liever wat ouder bos hebben.

De zingende vogels zijn mannetjes. Tuinfluiters zijn grijs. Zwartkoppen ook, maar zij hebben… de naam zegt het al. Nou ja, alleen het mannetje heeft een zwarte kap op zijn kop, als een alpinopet. Het vrouwtje heeft een bruine pet. Zie de vogels op de appel op de foto.

(Natuurdagboek Trouw 10 mei 2013)