Zwart petje

Zwartkop. Foto Koos Dijksterhuis
Zwartkop. Foto Koos Dijksterhuis

In het Natuurdagboek van gisteren schreef ik dat de eerste zwartkopjes gesignaleerd zijn. Ik had het stukje nog niet ingeleverd, of ik hoorde mijn eerste zwartkop dit jaar. De heldere zang, lijkend op een merellied, maar sneller en niet zo melancholiek, schalde uit de top van een nog kale boom.

Zwartkopjes zijn zo groot als koolmezen. De mannetjes zijn grijs met een zwarte pet tot aan de ogen. De meeste overwinteren in het buitenland, van Zuid-Engeland tot Marokko. Eind maart / begin april zoeken ze hun broedgebied op. De mannetjes komen het eerst aan, zoeken een geschikte plek en beginnen te zingen, om maar geen arriverend vrouwtje te missen. De vrouwtjes laten zich toezingen maar zingen zelf niet. Zij hebben geen zwarte, maar een bruine pet.

Nu ze zingen, zijn ze te lokaliseren en nu de bomen nog kaal zijn, zijn de straks in gebladerte verstopte vogeltjes te zien. Nu zijn er ook nog geen tuinfluiters die voor verwarring kunnen zorgen. Tuinfluiters zingen iets zachter en nog merelachtiger dan zwartkopjes en ze leven nog verborgener Ze lijken op zwartkopjes maar missen de zwarte en bruine pet. Tuinfluiters zijn minder algemeen, geven de voorkeur aan jonger en vochtiger bos en hangen – hun naam ten spijt – minder rond in tuinen dan zwartkopjes. Ze overwinteren ten zuiden van de Sahara en arriveren drie weken later in Nederland dan zwartkopjes. Als u zwartkopjes wilt zien, is het daar nu de tijd voor.

Toen ik op mijn zeventiende in Groningen kwam studeren, was de eerste vogel die ik er zag een dood zwartkopje, aangereden door een auto. Hij lag op de Munnekeholm, hartje Stad, en was nog helemaal in tact, een mannetje. Ik nam hem mee, spoot hem in met formaldehyde en hield hem nog jaren als  huisdier. Ik plaatste hem in een merelnest dat ik in gesnoeide takken had gevonden. Daar zat hij een paar jaar, tot mijten hem zijn zwarte petje afnamen door die kruinveren op te eten.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 7 april 2022)