Zwammen van gelatine

Eikentrilzwam. Foto Jeanette Essink
Eikentrilzwam. Foto Jeanette Essink

’s Winters zijn er veel minder paddestoelen dan in de nazomer en herfst. Paddstoelen willen vochtig herfstweer. Maar sommige zwammen kunnen goed tegen vriesdroogte. Ze trekken zich dan tijdelijk terug, ze drogen in als abrikozen en zwellen in de regen weer op tot trillerige gelatine. Dat zijn trilzwammen. Soms zijn ze een beetje doorzichtig, altijd zien ze er gelei-achtig uit. Ze leven op dode takken.

De gele trilzwam, zwarte trilzwam en eikentrilzwam zijn er ook buiten de winter, maar aangezien er in de winter weinig andere zwammen zijn, vallen ze op. Dan zit er bovendien geen blad in de weg, dus vallen ze extra op.

Trilzwammen hebben niets te maken met slijmzwammen, al zien ze er net als sommige slijmzwammen uit als klodders op een tak. De zwarte trilzwam bestaat meestal uit iets dunnere en breder uitgesmeerde klodders dan de eikentrilzwam, maar een betrouwbaar onderscheid is dat niet. De zwarte is wat gladder dan de eikentrilzwam, de laatste heeft vooral een ruwe zijkant. Maar verder lijken ze sprekend op elkaar. Er zijn wel meer zwammen die sprekend op elkaar lijken en die alleen onder de microscoop uitelkaar te houden zijn, bijvoorbeeld aan de sporen. Zwarte en eikentrilzwam lijken zelfs onder de microscoop nog zo op elkaar, dat ze nauwelijks te onderscheiden zijn.

Je vraagt je af hoe men op het idee kwam die twee als verschillende soorten in te delen.

Beide soorten groeien op loofhout. De eikentrilzwam groeit meestal op eiken-, maar soms ook op ander loofhout. De zwarte vaak op ander loofhout, maar soms op eik. De zwam op de foto is gezien zijn dikte en ruwe flanken waarschijnlijk een eikentrilzwam, maar ik zou er geen fortuin onder durven te verwedden.

(Natuurdagboek Trouw 2 jan. 2014)