Zorgzame spin

Grote wolfspin bij  kraamweb Pisaura mirabilis. Foto Koos Dijksterhuis
Grote wolfspin bij kraamweb Pisaura mirabilis. Foto Koos Dijksterhuis

U kent ze wel, die geelbruine spinsels in spleten in de buitenmuur. Of binnen, in een hoek, in het gordijn, onder een stoel. Op een dag krioelen er tientallen speldenknopjes uit, spinnetjes. De meeste worden opgegeten, door hun eigen moeder zelfs. Die weet waarschijnlijk niet dat het haar kinderen zijn, ze heeft niet naar het nest omgekeken, ze doet maar wat. Dan ziet ze kleine krabbelaars kruipen: prooi!
Maar sommige spinnen zijn hartverwarmend zorgzaam voor hun nageslacht: de kraamwebspinnen. We hebben er verschillende in Nederland, ze horen tot de grootste spinnen die we hebben. Vooral de twee soorten oeverspinnen zijn groot. Zo groot dat ze kleine visjes kunnen vangen en leegzuigen. De grote wolfspin is nummer drie. Die leeft ook in vochtig terrein, maar niet in of op het water.

Zoals alle kraamwebspinnen weeft de grote wolfspin een kraamweb. Dat is een nest dat de moederspin bewaakt. In het nest legt ze de cocon met eitjes, een klein, bolvormig kraamwebje, dat ze een tijd met zich mee heeft gedragen, onder haar buik. Ze deponeert het in het nest door een opening. Het nest kan bol zijn, maar ook tentvormig.
Als haar baby’s uitgekomen zijn, zijn ze kwetsbaar voor spinneneters, zoals andere spinnen. De jonge moeder bewaakt haar kroost tot de spinnetjes aan hun tweede vervelling toezijn.
Voor er eitjes bevrucht worden, is er een paring nodig. Dat heeft de kraamwebspin goed voor elkaar. Een mannetje reikt haar een heerlijk prutje aan, terwijl hij zichzelf doodstil houdt. Als ze smikkelt springt hij weg en kan hij haar bestijgen. Heeft ze het op, dan stelt ze prijs op een avontuurlijk naspel: ze eet haar uitgebluste minnaar op.