Zonaanbidders onder de vlinders

Kleine vuurvlinder op teunisbloem. Schiermonnikoog. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine vuurvlinder op teunisbloem. Schiermonnikoog. Foto Koos Dijksterhuis

De kleine vuurvlinder is een van die fleurige fladderaars die ik graag tegenkom. Waarschijnlijk is dat niet wederzijds. Deze vlinders worden niet zo oud, ze vliegen een half jaar en beslaan in die tijd drie generaties. In hun korte leven geven ze aan ontmoetingen met mensen geen prioriteit. Maar schuw zijn ze niet.

Op allerlei open terreinen kun je ze tegenkomen. Weliswaar is hun spitsuur wat betreft vliegtijd al gepasseerd: augustus en september, maar tot ver in oktober, soms zelfs november, zijn ze te zien. Zulks hangt af van het weer, dat onder invloed van klimaatverandering in de herfst steeds langer zomerse trekken houdt.

Van april tot oktober ben ik alert op kleine vuurvlinders, en tot mijn vreugde blijken ze de tuin van ons huisje op Schiermonnikoog te hebben gekozen als een van hun woonplaatsen. Eind september vlogen daar twee exemplaren rond. De mannetjes zijn nogal gesteld op alleenheerschappij, maar de tuin is groot genoeg…

Op rustige herfstdagen met een lekker zonnetje zoeken de vrouwtjes een laag groeiend blaadje uit en nemen ze aan de onderkant plaats. Daar betasten en verkennen ze het blaadje, en als het aan de verwachtingen voldoet persen ze een eitje uit, dat aan de rand van het blaadje blijft kleven. Vervolgens komt eitje nummer twee aan de beurt. Als de zon achter een wolk verdwijnt of achter de bomen zakt, staakt het vuurvlindervrouwtje haar voortplantingsbezigheid. Ze wil er een zonnetje bij; het eieren leggen moet wel leuk blijven.

De bolle, harige rupsjes zijn groen met roze en brengen de winter door tussen het strooisel in een lichte sluimer, waaruit ze ontwaken als de zon schijnt. Vuurvlinders zijn de zonaanbidders onder onze fladderaars, al danken ze hun naam eerder aan hun oranje vleugels met roetvlekjes.

Al zijn ze oranje, vuurvlinders horen bij de blauwtjes. Die hele vlinderfamilie bestaat uit schoonheden: stuk voor stuk klein maar fijn.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 15 oktober ’21)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *