Zon en bloei in de Oostpolder

Boterbloem, © Jeanette Essink

Zaterdag was het mistig, druilerig en kil. Om half negen stonden mijn zoon en ik op en langs het voetvalveld. Hij rende zich, ik klapwiekte me warm. Na afloop kondigde hij al aan niet naar de Sintocht te willen (Sint deed een week over Harderwijk – Groningen) en daar bleef hij bij. Te koud, te nat, maar bovenal ‘bestaat hij toch niet’. Wat hem niet belet al zijn schoenen te zetten. Wel wilde hij mee de stad in, want ‘dan ga jij zeker cadeautjes kopen?’ Winkel in, winkel uit, de regen in. Zondag begint druilerig maar ’s middags klaart het op. Hij wil zowaar mee wandelen. We wandelen in de Oostpolder bij Haren. Daar probeert het Groninger Landschap iets te maken van de met fosfaten doordrenkte weilanden. Orchideeën zullen er niet gauw komen, maar het verruigde land ziet er fraai uit. Riet, vergeelde planten, bijna kale struiken, vuurrode stengels van kornoelje in de middagzon. Voor de skyline van hoogspanningsmasten, hijskranen en scheepswerven passeert het rood-witte treintje uit Nieuweschans (tegenwoordig Bad Nieuweschans geheten, het wil kennelijk graag Duits worden). Mijn zoon vindt dat treintje zeker zo bezienswaardig als de buizerd die langs wiekt. ‘Hé kijk’, zegt hij opgewonden. Hij wijst naar de grond. ‘Een ree!’ Tussen de tientallen hondenpoten is de typerende prent van een ree in de modder geponst. Zoon spiedt rond of hij de ree zelf ziet. Maar in de ruigte is te veel dekking en het is zondagmiddag, over het natte modderpad gaan meer wandelaars. We zien een rode klaver aarzelend bloeien en één forse boterbloem, trots en eigeel bloeiend. Het is een scherpe boterbloem. Die bloeien soms in december nog.