Zomerse bekerzwam

Bekerzwam Peziza varia (of cerea). Foto Koos Dijksterhuis
Bekerzwam Peziza varia (of cerea). Foto Koos Dijksterhuis

Paddestoelen horen bij de herfst. Ze zijn er ook vooral in de herfst. Dat heeft drie redenen. De belangrijkste is dat de meeste paddestoelen van dood, rottend, organisch materiaal leven. En er gaat in de herfst veel meer dood dan anders, de herfst is het seizoen van de vergankelijkheid. De een z’n vergaan is de zwam z’n bestaan.

De tweede reden is, dat de meeste paddestoelen een sponzige structuur hebben, die alleen in vochtige lucht kan bestaan. In de zomer zijn meer warme, droge perioden. In de herfst zijn de dagen korter, staat de zon lager, en is er meer vochtige westenwind en regen. ‘s Zomers en ‘s winters waait er vaker een droge oostenwind, waar paddestoelen niet tegen kunnen. In de winter vriest het bovendien, en daar zijn de meeste zwammen al helemaal niet van gediend.

Bij de eerste vorst in de late herfst of winter verdwijnen paddestoelen dan ook gezwind. Althans, hun zichtbare delen. Dat zijn de paddestoelen – de vruchtbeginselen, waarin zich de sporen vormen. De zwam leeft voort als draderig wezen in de grond of in een dode boom. De vruchten moeten eerst gevormd en rijp worden. Net als appels, peren en allerlei bessen, zijn de meeste paddestoelen in de herfst rijp. Dat is het derde argument van zwammen voor hun herfstige voorkeur.

Hoe dan ook, in de zomer zijn er wel degelijk paddestoelen en vaak ook bijzondere. Kluifzwammen, morieljes, aardsterren bijvoorbeeld. En bekerzwammen. Ik fotografeerde er een en dat kon volgens kenners weleens de niet-algemene grote houtbekerzwam zijn. En anders is het wel de wasgele bekerzwam. Om zeker te zijn, moet ik sporen onder de miscroscoop bestuderen.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 28 juli 2015)