Ziende blindwants

Blindwants Miris striatus. Foto Koos Dijksterhuis
Blindwants Miris striatus. Foto Koos Dijksterhuis

Op de buitenmuur van mijn huis wandelt een wants. Het is geen zeldzame wants, maar wel een mooie, met rode bovenbenen, witte bandjes om zijn antennes, oranje toefjes en gele lijnen op zijn rug. Tijger-achtig. Miris striatus is volgens mijn insectenboek een echte lentewants en een echte boswants, maar beklimt in de zomer mijn woning. De wants houdt zich niet aan de voorschriften. Misschien kan hij niet lezen, want het is een zogenoemde blindwants. Blindwantsen zijn een wantsenfamilie. Insecten worden eindeloos onderverdeeld in steeds kleinere subgroepen, die dan toch weer tientallen soorten bevatten. Of honderden of duizenden. De onderorde der blindwantsen is een wereldwijd actieve club met meer dan tienduizend leden. Er zijn evenveel soorten blindwantsen als vogels. Tienduizend!

Andere wantsen hebben op hun kop een paar kleine orgaantjes, puntoogjes genoemd, waarmee ze licht en donker kunnen onderscheiden. Vaak zijn het er drie. Het lijken geen belangrijke voorzieningen, want het waarnemingsvermogen van die puntoogjes is klein, veel kleiner dan van facetogen, die wantsen ook nog hebben.

Blindwantsen missen die extra puntogen, en heten daarom blind, maar ze hebben wel facetogen en kunnen uitstekend zien. Miris striatus moet ook wel uitstekend kunnen zien, want hij is een jager. Hij jaagt op rupsjes, vliegen en larven en vooral op bladluizen. De meeste tuinierders zouden blij zijn met Miridae striatae in hun tuin, als ze wisten hoeveel luizen en rupsen deze wantsen opruimen.

Dat de wants in de zomer mijn huis beklimt is dus geen gevolg van slechtziendheid. Het is meer dat mijn insectenboek de levensverwachting van de wants onderschat. De wants op mijn huis zal weldra eitjes leggen, die in de lente van 2015 uitkomen.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 8 juli 2014)