Zesde zintuig van / voor walvissen

Blauwe vinvis, Foto Wouter Jan Strietman

Laatst hoorde ik mensen tussen slokken wijn door filosoferen over het zesde zintuig. Ze bedoelden er iets telepathisch mee. Er wordt tussen slokken wijn door wat afgefilosofeerd. Zien, horen, ruiken, voelen, proeven; vijf zintuigen. Vleermuizen hebben sonar, haaien nemen electriciteit waar. Kanoetstrandlopers leiden met hun snavel uit drukgolfjes af waar schelpen begravenzitten. Al drie zesde zintuigen! En anders is het nlangs wel ontdekt bij walvissen. Vinvissen zwemmen met open mond. Ze scheppen zeewater op en zeven er prooidiertjes uit met hun baleinen. Daarbij gebruiken ze een zintig in hun muil. Dat orgaan is nog maar net ontdekt. Laatst stond het in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Laatst zaten we op een schip naar Spitsbergen en zagen we af en toe walvissen: van witsnuitdolfijnen en tuimelaars tot orca’s en blauwe vinvissen. Iemand aan boord zei dat walvissen een heilzame invloed hebben. Hoe dan en waarop precies? Dat kon hij niet uitleggen, dat moest ik ervaren. Hij had eens met dolfijnen gezwommen. Ze hadden naar hem geglimlacht en hij kwam verkwikt uit het water.

Dolfijnen vertonen zich vaak als een rollende rug met een rugvin. Dwergvinvissen vertonen zich als een wat langer rollende rug met rugvin. De blauwe vinvis die in de Groenlandzee vlak voor en naast ons schip opdook, gaf een stoot op zijn fontein en liet zijn rug voorbijrollen. Hij rolde een hele tijd, voor het rugvinnetje passeerde. De zeereus liet kop noch staart zien. Ik vond het prachtig het grootste dier ter wereld, bijna uitgeroeid en nog altijd zeldzaam, zo dichtbij te zien. Maar los van tevredenheid over deze waarneming ervoer ik geen heilzame invloed.

Ik heb dan ook geen zesde zintuig.