Zeilen naar Afrika

Vale gier, Foto Koos Dijksterhuis

Iedere herfst trekken duizenden gieren, arenden, ooievaars en andere grootheden uit Spanje naar Afrika. Ze stuiten op de kust en volgen die. Ze houden niet van de zee. Het zijn landvogels, op zee is niets te halen, is geen dekking, is geen rustplek. Maar vooral ontbreekt er thermiek. Thermiek is opstijgende warme lucht. Zweefvliegtuigjes laten zich erdoor tot grote hoogten brengen. Grote vogels doen dat ook. Ze kunnen geen duizenden kilometers op eigen kracht vliegen, hun grote lijf is te zwaar, ze zouden meer op hun vet en spieren moeten interen dan ze voor de trek kunnen aanmaken.

Op een warme kolom stijgende lucht cirkelen ze dus kilometers omhoog, tot ze alleen door een verrekijker nog als stippen zichtbaar zijn. En dan laten ze zich twintig, dertig kilometer naar het zuiden zeilen. Op zee is nauwelijks thermiek. Daarom blijven ze boven land. Tot ze bij Tarifa de Spaanse zuidpunt bereiken. Verderop rijzen de bergen van Marokko op uit zee, duidelijk te zien, zeker van grote hoogte en al helemaal voor de sublieme gieren- en arendsogen. In één lange glijvlucht steken ze de Straat van Gibraltar over.

Van augustus tot oktober stellen zich Spaanse vogeltellers op. Ze turven de soorten en aantallen. Er komen kiekendieven langs, valken, sperwers, buizerds, wespendieven, wouwen, ooievaars. En arenden en gieren. Zwart-witte dwergarenden en grotere slangenarenden met een brede kop. Aasgieren zeilen over met hun wiberstaart. Vale gieren passeren in nog veel grotere aantallen, rond het middaguur kan de lucht gespikkeld zijn van hun silhouetten: ruim twee meter vleugels met vingerveren aan weerszijden, en een kale kop uit een grijze kraag. Nee, ze zijn niet weerzinwekkend, ze zijn majestueus.

Eén gedachte over “Zeilen naar Afrika”

  1. Je schrijft het zo beeldend dat ik het gevoel krijg er zelf bij geweest te zijn.
    hartelijks,

    Hugo

Reacties zijn gesloten.