Zeevogels bij IJmuiden

Volwassen (onder) en bijna volwassen Jan van Gent. Foto Attie Nawijn
Volwassen (onder) en bijna volwassen Jan van Gent. Foto Attie Nawijn

Met Rob Buiter, die regelmatig in Trouw over natuur schrijft, bezoek ik de zuidpier van IJmuiden. Die steekt een paar kilometer de Noordzee in en is in de herfst een goede plek om zeevogels op trek te zien. Tussen zoete regenvlagen en zoute douches van zeewater door reppen we ons naar de punt…

Er zijn veel meeuwen: kok-, zilver-, kleine en grote mantelmeeuwen. Als er even geen vissersschip passeert om achteraan te gaan, zwermen ze op enkele plaatsen boven het woelige water. Daar moet wat te halen zijn. Vis waarschijnlijk, gezien de zeehond die er opduikt. We letten op bruinvissen, maar de golven zijn te hoog om die te zien. Wel zien we enkele grote sterns, de balletdansers onder de vogels. Slank en sierlijk deinen ze door de lucht. Ze zijn op weg naar Afrika. Ze steken scherp af tegen de donkere wolken en zee, want op hun zwarte vleugelpunten na zijn ze nog witter dan de meeuwen.

Maar het witst zijn de Jan van Genten. De volwassen Jan van Genten tenminste. De jongen zijn donkergrijsbruin. Gedurende enkele jaren krijgen ze meer wit en in hun vierde zomer zijn ze volwassen. Vervolgens kunnen ze nog wel twintig jaar leven.

Jan van Genten zijn de grootste zeevogels van Europa. Ze worden wel een meter lang van snavel tot staart en hun vleugels kunnen zich meer dan anderhalve meter uitstrekken. Ze broeden in kolonies op rotskusten en vliegen van de Britse en Noorse rotskusten zee- en zuidwaarts. Ze schuimen de Noordzee af om met hun twaalf centimeter lange speersnavels als raketten in zee te duiken en vissen te vangen. Rob en ik hebben weer wat te zien en te schrijven.

(Natuurdagboek Trouw maandag 12 okt. 2015)