Zeelicht

Meeuw ziet roekelozen negatief zwemadvies negeren. Foto Koos Dijksterhuis
Meeuw ziet roekelozen negatief zwemadvies negeren. Foto Koos Dijksterhuis

Tijdens warme dagen kan de zee lichten. Ik herinner me een zomeravond op Schiermonnikoog, waarop ik als kind in het donker meemocht naar het strand. Gapend sjokte ik het brede strand over. Het mulle zand voelde koel aan.

Het was laag water. Waar de zee net was weggeëbd lieten we voetafdrukken achter in het vochtige zand. Ze waren zichtbaarder dan overdag, want ze lichtten kort maar helder op. Het was een groenig licht. “Fluorescerend”, zei mijn vader, en ik vond het magisch. Het kwam door piepkleine beestjes. In een binnenzee begroef een lichtgevende strandkrab zich snel in de bodem. Een scholletje lag te woelen. Helaas gingen we niet zwemmen. Hadden we dat wel gedaan, dan waren we verlicht geweest.

Zeevonk bestaat uit bacteriën die licht laten schijnen als ze in beweging gebracht worden. Later heb ik de zee vaker zien lichten. Overdag kondigen de “piepkleine beestjes” het nachtelijke mirakel aan, door zich als rossige slierten te vertonen. Vorige week waren ze present langs de Hollandse stranden. Er ontstond direct paniek. Het ene negatieve zwemadvies volgde het andere op. We zwemmen in de vieste zeeën, maar o wee als er een bacterie ontdekt wordt! “Zeevonk kan irritatie aan huid en luchtwegen veroorzaken”, las ik in een nieuwsbericht. Strandpaviljoens verloren klandizie. Reddingsbrigades hesen de rode vlag. En wie toch in zee belandde, werd gemaand zich grondig af te spoelen met zoet water.

Zo heeft Nederland weliswaar geen oorlogen, overstromingen en bosbranden, maar toch een heus probleem: zeevonk. We hoopten het op Schiermonnikoog te zien – zoon en ik togen ’s avonds naar het strand, we sliepen er zelfs, maar hoe mooi de zee ook schitterde, we zagen hem niet lichten.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 11 aug. 2015)

Zeelicht
DELEN