Zeekoet in net

dode Kortbekzeekoet, Foto Koos Dijksterhuis

Als kind vond ik het leuk op het strand een visnet te vinden. Visnetten waren toen in. Nepnetten aan plafonds maakten menige puberkamer gezellig. De visnetten op het strand krioelden van de strandvlooien, zaten vol zeewier, waren gebleekt door zon en zeezout en rafelden door zand en golven.

Nu niet meer. Nu zijn visnetten onverwoestbaar. Nylon. En het zijn er zoveel. Illegale vissers snijden het net los, als er een inspectievaartuig nadert. De inspecteurs zien het net drijven, zien de schuit met afgesneden netten, maar kunnen niets bewijzen. Het bewijsmateriaal, soms vele meters lang, zwalkt door de zee tot het op een strand aanspoelt. De meeste spoelen waarschijnlijk niet aan, maar belanden in een van de drijvende reuzeneilanden van afval.

In de netten kunnen dieren zich verstrikken. Regelmatig vind ik een vogel met visnet erom. Het is vaak een stuk visnet, dus helemaal onverwoestbaar zijn die netten niet. Maar wel dodelijk. Een vogel wurgt zich of blijft onder water vastzitten en verdrinkt.

Laatst vond ik in het hoge noorden een vogel die gedood was door een visnet. Het was een kortbekzeekoet, tot voor kort dikbekzeekoet genoemd. Ik vond hem op Jan Mayen, een pooleiland waar kortbekzeekoeten broeden. De vogel was al grotendeels weggerot, maar de kop was nog aardig in tact. De witte streep op de snavel is kenmerkend voor kortbekzeekoeten. Gewone zeekoeten hebben een helemaal zwarte, en bovendien wat langere snavel.

Wat er op dat extreem afgelegen eiland niet aan rotzooi op het strand lag! Tussen Siberisch drijfhout en walvisbotten lag het bezaaid met kratten, kluwens verpakkingslint, flessen. Maar vooral met visnetten. Waarvan één met een dode kortbekzeekoet.