Zandoogjes

Bruin zandoogje. Foto Jeanette Essink
Bruin zandoogje. Foto Jeanette Essink

Het wemelt op Schiermonnikoog van de zandoogjes. Bonte en bruine zandoogjes warmen zich op de grond aan de zon. Zandoogjes zijn beweeglijk van aard. Zolang zandoogjes blijven zitten, vallen ze niet op. Maar fietsend over een smal kwelderpaadje fladderen er om de haverklap zandoogjes op, soms vlak voor mijn fiets, ik ben bang dat ik ze raak of dat ze door de spaken heen denken te kunnen fladderen. Maar dat doen ze niet, ze voelen vast weerstand van de door het wiel veroorzaakte windje. Ook vliegen ze telkens op tijd op, snel als ze zijn, nu ze in de zon op temperatuur zijn gekomen.

Bonte zandoogjes doen het goed. Ze zijn niet veeleisend en weten zich als een van de weinige soorten prima te redden. Ze houden van afwisselend terrein met struiken en bosranden en open plekken. Ze hebben grassen nodig voor hun rupsen. Bosranden zijn er buiten de binnensteden, parkeerterreinen en landbouwgebieden nog genoeg. Bovendien overwinteren bonte zandoogjes als pop, of ten minste een deel van hen, terwijl veel andere vlinders overwinteren als rups. Poppen hebben hun reserves bij zich, hoeven geen eten te vinden, zijn als het ware in een soort van winterslaap en lopen minder gevaar bij extreme weersomstandigheden dan rupsen.

Dat hebben bonte zandoogjes slim bekeken. De hele zomer lang kunt u ze zien fladderen.

Bruine zandoogjes zijn zo mogelijk nog talrijker. Ze zijn bonter dan bonte zandoogjes, die bruiner zijn. Bruine zandoogjes leven in ongeveer dezelfde terreinen als bonte zandoogjes, al hebben ze meer met ruig grasland dan met bos en komen ze zelfs nog voor in landbouwgebieden. Maar anders dan hun bonte naamgenoten overwinteren ze straks niet als pop, maar als rups, diep weggekropen in een vergeelde graspol.

(Natuurdagboek Trouw maandag 11 aug. 2014)