Zandbijen met rode buikjes

roodbuikjes op speenkruid © Jeanette Essink

Als in april de zon schijnt, dan schijnt hij vaak fel uit een blauwe lucht met woeste wolken. In die zon kan een zandige berm of beschut zandpad heel warm worden. Je zet een stap en ineens schieten tientallen insecten weg. Bij de volgende stap weer. Als het zand doorboord is met veel kleine gaatjes, zijn het wellicht zandbijen. Grijze zandbijen bijvoorbeeld, of roodbuikzandbijen of allebei. Roodbuikjes zijn kleine bijtjes. De vrouwtjes zijn niet zo behaard als andere soorten, waardoor hun buikjes in het zicht komen. Die buikjes zijn rood, voor een deel althans. Deze zandbijen halen stuifmeel en nectar uit bloemen, maar vliegen uitsluitend naar wilgenkatjes. Wilgen doen het goed. ‘s Lands nieuw ontwikkelde natuur bestaat voor een groot deel uit wilgen. Roodbuikjes zijn misschien daardoor toegenomen in aantal en ze zijn een van de weinige, zo niet de enige bijen die in aantal zijn toegenomen.

Zoals een roodborstje last kan hebben van een koekoek, kan een roodbuikje last hebben van een schoffelbloedbij. Kent u de schoffelbloedbij niet? Die legt haar eitjes in nesten van groefbijen en zandbijen. Groefbijen graven nog steeds holen, maar hebben een gegroefde onderrug. Bloedbijen hebben een bloedrood lijf. Minder kleurig klinkt de bleekvlekwespbij, die ook als een zoemende koekoek haar eitjes in andervrouws nest dumpt, een nest van roodbuikjes bijvoorbeeld. Wespbijen zijn zwart-geel gestreepte koekoeksbijen. In Nederland zijn meer dan veertig soorten gezien. Slechts vier daarvan zijn niet zeldzaam.

Wat kaal zand in de tuin kan zandbijen en hun parasieten huisvesten. Wij hadden een zandbak vol zandbijen. Die hadden meer last van de kinderen dan de kinderen van hen.