Woest en volledig

Stier vol klitten. Foto Koos Dijksterhuis
Stier vol klitten. Foto Koos Dijksterhuis

Metgezel en ik lopen door een woest en ledig gebied langs de Waal. Of beter: woest en vol. Woest en ledig gaan niet samen. Hoe woester, des te voller met distels, brandnetels, leverkruiden, haagwindes, kleefkruiden en klitten. Op de vruchtbare rivierklei vinden deze planten genoeg water en voedingsstoffen om groot en talrijk te worden. Maar dat vinden natuurbeheerders ongewenst en die fokken daarom koeien en paarden, die de groene weelde moeten intomen.

Zolang die begrazing geen overbegrazing wordt, hebben die koeien en paarden wel wat. Ze zijn leuk om te zien. Ze dragen oormerken en maken een tamme indruk, want er hoeft maar één wandelaar door een hoorn geprikt of hoef getrapt te worden, of het imago van de nieuwe “wildernis” raakt beschadigd.

Gelukkig zijn de meeste wandelaars voorzichtig met vee, want je weet maar nooit. Er zullen altijd waaghalzen zijn die een kalfje of veulen proberen te aaien, maar zelfs een goedmoedige koe hoeft met haar horens maar even aan haar heup te krabben, of ze zwaait een te dichtbij staande wandelaar onbedoeld tegen de vlakte.

Wij deinzen dus terug als we plotseling het paadje versperd zien door een languit luierende stier. De stier negeert ons, we lopen met een boog om hem heen.

Later struinen paarden door de struiken op ons af. Daar lopen we met een nog wijdere boog omheen. Een hengst steekt zijn snuit in de lucht en krult zijn bovenlip om beter te ruiken.

Paardenpoep en koeienvlaaien zijn voedsel voor insecten en paddestoeltjes. En voor de klittenplant die erop groeit. Die zit vol klitten. De luierende stier ook. Hij staat op en sjokt weg en verspreidt zo de klitten, die hij eerst grazend intoomde.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 3 nov. 2015)