Witte paashaas

Foto Koos Dijksterhuis
Foto Koos Dijksterhuis

Gisteren was het tweede paasdag, Pasen is weer voorbij, het duurt nog een jaar voor het weer Pasen is, wat zeg ik: nog dertien maanden. Pasen heeft geen vaste datum, zoals Kerst. Pasen valt. Eerste paasdag valt op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente. Tadam. Dat heeft iemand ooit zo bedacht, ik vermoed een kerkvader.

Het begin van de lente was er al voordat de komst van de Zoon Gods zelfs door de vroegste profeet werd aangekondigd, ik geloof dat het Micha was. De maan is ook al een stuk ouder dan de oudste bijbelse profetie. De volle maan is altijd met magie en mystiek omgeven geweest. Bij volle maan dansen de heksen en vieren de mensen feest. Zoals bijna ieder christelijk feest is ook Pasen een van oorsprong heidens feest. Zelf blinken christenen niet uit in feestelijkheden. Katholieken hebben nog carnaval, voor protestanten is dat te uitbundig en fysiek. Een feestje mag, mits ingetogen. Van heksen en maandansen moeten christenen al helemaal weinig hebben. Des te opmerkelijker is het dat ze van de wederopstanding van Christus een maanfeest hebben gemaakt. Of andersom, het is maar hoe je het bekijkt. De kerkvaders bestempelden bosgeesten tot duivels, maar heidense feesten lieten zich niet zo gemakkelijk demoniseren. Dus om de heidense angel eruit te trekken, konden die feesten het best christelijk oversausd worden. En zo gingen paashaas en kerstboom broederlijk samen met kruis en stal.

We willen altijd een witte kerst, maar we kregen een witte paas. Althans, op Goede Vrijdag, toen ik dit typte, sneeuwde het. Of er genoeg is gevallen voor een paashaas-sneeuwpop, weet u intussen.

(Natuurdagboek Trouw 2 april 2013)