Witte kluif

Witte kluifjeszwam, © K. Dijksterhuis

Wat zijn er veel paddestoelen deze herfst. Maar nu zullen ze wel uitdrogen. De zon kunnen ze wel hebben, die staat niet zo hoog, schijnt niet zo fel en brandt niet zo lang meer. Bovendien is de bosbodem vochtig en lommerrijk – de meeste bomen staan nog in blad, al vergeelt het. Nee, het is vooral de oostenwind die hen parten speelt. Een paar dagen was die wind gortdroog. Ik hing vlak voor zonsondergang de was buiten. Meestal is dat een recept voor druipnat textiel, maar ’s morgens was de was al bijna droog. En dat in oktober. Die schrale wind, daar houden paddestoelen niet van. En nu er ook nog nachtvorst is voorspeld…

Maar voor de droogte uit de Russische poesta aanwaaide, stapte ik van de fiets op een schelpenpad in het Noordlaarderbos. Mijn oog viel op witte schimmelsculpturen op de smalle grasstrook tussen het fietspad en de zandweg. Het waren witte kluifjeszwammen. Kluifjeszwammen – die naam alleen al! Ik hoorde eens een verhaal over een hond die in een witte kluifjeszwam beet. Zou hij hem echt aangezien hebben voor een bot? Zo’n zwam ruikt heel anders en de bite moet een klap in het hondengezicht geweest zijn. Maar niet alle honden hebben de intelligentie die wij ze toedichten. Gevaarlijk was het niet – anders dan sommige andere kluifjeszwammen is de witte niet giftig.

Witte kluifjeszwammen zijn niet zeldzaam, maar zo vaak zie je ze nou ook weer niet. Ze groeien op open plekken in bossen en parken en langs schelpenpaden. Ze vinden een beetje kalk prettig. Die schelpenpaadjes zijn kalkrijke enclaven, waar bijzondere planten en paddestoelen van kalkrijke duinvalleien kunnen gedijen. Orchideeën bijvoorbeeld. En witte kluifjeszwammen.