Wintervogel in de zomer

Sijs. Foto Erik Sanders
Sijs. Foto Erik Sanders

Hoeveel vogels ik ook in mijn tuin zie, een sijs heb ik er nog nooit aan de grond of aan de pinda’s gehad. Groenlingen des te meer. Sijzen lijken een beetje op groenlingen, ze zijn geelgroen en ze eten zaden. Maar sijzen zijn kleiner van formaat en contrastrijker van kleur; met een donker voorhoofd. Ze eten wat vaker zaden uit elzenproppen en dennenappels en wat minder uit rozenbottels dan groenlingen doen.

Sijzen zijn vooral in de winter in ons land. Achter ons huisje op Schiermonnikoog zie ik ze wel eens, meestal in een grote groep. Vaak zijn de winterse sijzen in gezelschap van vinken, putters en barmsijzen. Groenlingen zijn wat meer op zichzelf.

Sijzen broeden in de naaldbossen van Scandinavië. In Nederland hebben ze tot in de jaren ’70 met een handjevol paren gebroed. In de jaren ’80 steeg hun aantal tot een piek van 1800 à 2400 broedparen in 1992. Dat lees ik op de site van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Na 1992 daalde hun aantal weer rap tot 500 à 1000 paar. Dat zijn er weinig, en die weinige sijzen huizen vooral op de Veluwe. Op Schiermonnikoog heb ik in de lente eens een tijdje naar een zingend sijzenmannetje staan kijken en luisteren. Ik was zeer in mijn sas met deze waarneming.

Maar in onze Schiere tuin zie ik sijzen dus alleen ’s winters en in mijn Groninger tuin zelfs dan niet. Nee, dan Erik Sanders. Die zag kortgeleden in Koudekerke in de tuin van zijn ouders een sijs. De vogel hipte langs de vijver. Hij bleef op de oever, een sijs is geen drijfsijs.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 9 juli 2015)