Wilgenroosjes

Klein wilgeroosje, © Koos Dijksterhuis

De wilgenroosjes bloeien. Wilgenroosjes zijn hoge planten met lilaroze bloemen, met een sprietige pluim erboven van bloemen in wording. Ze geven kleur aan het landschap, waar dat vochtig en ruig is. Kattenstaarten zijn nog rozer, maar wilgenroosjes nog algemener. Behalve wilgenroosjes zijn er harige wilgenroosjes die zonder die bloempluimen bloeien, maar even roze zijn als wilgenroosjes en vrijwel zo algemeen. Beide zijn snel groeiende, forse planten, die het best gedijen op oevers met verlandend riet. Riet kan pollen vormen en modder vasthouden, waarop weer andere planten kiemen en als de verzamelde flora in de herfst en winter afsterft, komt er een laag humus bij en zo verandert water in land. Riet als inpolderaar. Wilgenroosjes zijn in staat de concurrentie met riet om voedsel, licht en ruimte aan te gaan.

Minder bekend maar zeker zo talrijk is het klein wilgenroosje, dat ook al lilaroze bloeit, maar veel kleiner is. Kleine wilgenroosjes hebben een ielere stengel, en kleine bloempjes. Klein wilgenroosje woekert in de tuin, als die tuin vruchtbare aarde bevat en niet te vol staat. De kleine is een pionier van verstoorde grond met veel stikstof. Op gekapt bos verschijnt de plant soms massaal tussen de stronken.

Tijdens de oorlog, las ik op internet, overwoekerde de plant gebombardeerde steden. Of het waar is? In de Eerste Wereldoorlog zouden klaprozen de slagvelden rood hebben doen kleuren. De bloedrode klaprozen lenen zich meer voor tragische romantiek dan klein wilgenroosje, maar misschien waren er in de jaren veertig wel botanici onder de wapenen, die kleine wilgenroosjes in hun boekjes noteerden.

Straks gaat het zaad pluizen – geschikt als bijvulling van donzen dekbedden.