Wegwerpstapel

Nee-Nee-sticker

In Utrecht zaten de terrassen vol. Vier studenten flaneerden op het water van de Oudegracht. Ze hadden een bootje met buitenboordmotor. Ze voeren langs de terrassen en terug, wilden kennelijk kijken en bekeken worden. Ze dronken uit plastic bekertjes. Als een bekertje op was, gooiden ze het in het water. Omdat ze bekeken werden, denk ik niet dat ze zich daarvoor schaamden. Integendeel, ze vonden dat achteloze wegwerpen wel stoer. Net als de boeren die ze af en toe lieten. Overlast is een vorm van territoriaal baltsgedrag. Kijk mij eens, kijk ons heen, wij hebben schijt aan de rest, kunnen alles aan. Zoiets. Maar misschien zoek ik er te veel achter. In honderd meter berm van de Groningerweg langs het Kluivingsbos bij Paterswolde telde ik elke drie meter een petflesje, enkele blikjes, een drinkpakje, wat chipszakken en een stapel reclamefolders. Vast niet allemaal het gevolg van stoerdoenerij, het zal ook asociale gemakzucht zijn. Als op blikjes en flesjes statiegeld zou zitten en als reclamefolders alleen op schriftelijk verzoek van de ontvangers huis-aan-huis bezorgd mochten worden, zouden we van een enorme vuilnisbelt verlost zijn. Nu moet je een nee-sticker op de brievenbus plakken. Doe je dat niet, dan krijg je elke week een wegwerpstapel van vijftien centimeter papier door de bus. Veel folders glanzen je in kleur tegemoet. Om veel folders zit een plastic hoesje. Terwijl je winkelkoopjes uitstekend op internet kunt raadplegen. Maar wij krijgen ze op papier, tenzij we nee-stikkers plakken. Sommige bezorgers lezen de sticker; die gooien de geweigerde folders in de bosjes. Anderen lezen de sticker niet. De eigenaar van de brievenbus op de foto helpt die anderen een handje.