Weerloze stuntels van langpootmuggen

Langpootmug. © Maarten Westmaas

Ik kwam de eerste langpootmuggen alweer tegen. Muggen zijn niet mijn lievelingsdieren maar langpoten, och. Ze doen niets. Zelfs dat griezelig puntige achterlijf kan niet steken. Dat is de legboor, alleen vrouwtjes hebben er een. Bijten kunnen ze ook al niet. Voor bijten heb je tanden of kaken nodig. Langpootmuggen hebben een mondje waarmee ze hooguit wat nectar uit een nachtelijke bloem slobberen.

Het is als met zoveel insecten: ze bestaan alleen maar om even te paren en eieren te leggen, een klusje dat in een paar dagen geklaard moet zijn, want dan gaan ze dood. Ze eten nauwelijks. Als larve hebben ze zich al vet genoeg gemest. Langpootmuggenlarven, emelten, leven niet in het water, zoals steekmuggenlarven. Ze leven in de grond. ’s Nachts komen ze boven om van het blad eten. Het is één van de felst bestreden insecten in de landbouw. Op ongdiertebestrijdingssites is nog steeds te lezen dat emelten wortels eten. Dat is niet waar. Wortels worden gegeten door ritnaalden, de larven van kniptorren. Engerlingen zijn de larven van meikevers. Dan weet u het weer even.

Langpootmuggen komen af op licht en dringen soms de kamer binnen. Ze zoemen niet, ze ritselen. Ze slapen hangend aan een paar poten. De meeste langpootmuggen vliegen in de nazomer, maar nu wordt de koollangpootmug actief, de schrik van kolentelers.

Als langpootmuggen hun zo onhandig lange pootjes breken, groeien die niet meer aan. Maar ach, ze leven toch hooguit een paar dagen. Een paar dagen halen de stuntelige vliegers meestal niet eens, gemakkelijke prooi als ze zijn voor vogels, spinnen en kikkers. Tandeloos en angelloos laten ze zich afslachten.