Waterhoen over één nacht ijs

Waterhoen op ijs, Foto Koos Dijksterhuis

Een waterhoentje stapt het water in en peddelt weg, vlak langs een meerkoet op een paaltje. Het paaltje reikt tot de waterspiegel, een puik niveau voor de zich poetsende meerkoet. Meerkoet en waterhoen schenken elkaar geen aandacht. Beide ral-achtigen worden door mensen vaak verward. Meerkoet heeft een zwarte snavel met witte bles. Waterhoen een rood-gele snavel met rode bles. Meerkoet is fluweelzwart, waterhoen bruinzwart met witte zijvlekjes. Meerkoet is veel forser dan waterhoen, in één meerkoet zouden vier waterhoentjes passen. Meerkoet heeft geen witte puntstaart, waterhoen wel. Meerkoet loopt, waterhoen stapt. Waterhoen stapt behoedzaam, alsof er glazen op de grond staan.

De meerkoet stopt met poetsen, trekt zijn kop in en lijkt wat te gaan suffen. Het waterhoen zwemt verder, met knikkende kop. Hij kent dit water vast goed, hij woont hier. Maar daar komt de vogel toch iets nieuws tegen: de waterspiegel is hard. De waterhoen klimt erop alsof het de oever is. Hij blijft trouw aan de zwemrichting en gaat over één nacht ijs. Hij stapt behoedzaam, zoals ie ook behoedzaam op het land zou stappen. Zou er iets van verwondering door dat waterhoenenkoppie spelen? Het moet toch vreemd zijn, dat het vertrouwde zwemwater ineens hard is? Of zou zijn voorstelllingsvermogen beperkt zijn tot het hier en nu? Uit niets blijkt enig besef van een ruimer bewustzijn. In het hier en nu zijn – dat wordt door spirituele goeroes steevast aanbevolen. Misschien is waterhoen wel de volgende stap in het reïncarnerende bestaan van de spirituele mens.

Een eend zou door het ijs zakken. De meerkoet ook. Het waterhoen zakt niet door het ijs. Daarvoor is hij te licht en stapt hij te behoedzaam.