Wants voor ontbijt

Groene stinkwants nimf. Foto Koos Dijksterhuis
Groene stinkwants nimf. Foto Koos Dijksterhuis

Als ontbijt serveer ik mijn kinderen onder meer fruit. De laatste weken zitten daar aalbessen en zwarte bessen bij uit eigen tuin. In mijn tuin komt geen vergif en daardoor zijn er veel vlinders, bijen en andere insecten.

“Ieuw!” roept zoon, “er zit een beest op mijn fruit!”
“Oh ja?” antwoord ik luchtig, “laat eens zien!”

In mijn kindertijd kwamen de biologische winkeltjes op, waar je stoffige muesli, wormstekige appels en kringlooppapier kon kopen van baardige types die je er een gratis cursus onthaasting bijgaven. Iedere transactie duurde eindeloos. Maar wie zichzelf niet net als de uitstervende roofvogels wilde vergiftigen met DDT en in Vietnam uitgeprobeerde ontbladeringsmiddelen, kocht daar zijn voedsel.

Ik herinner me bladluizen op de sla en soms een slak. Altijd op de sla. Wat er op de andijvie, postelein en bloemkool zat werd tot ondetermineerbare snot gekookt. Eén keer trof ik in mijn sla een halve naaktslak aan, die de verdenking opriep dat ik de andere helft al op had.

Van het eten van beestjes merk je niets; wat niet weet dat niet deert. Zoon weet het nu wel en kijkt vol afgrijzen naar het kruipende wezen op zijn ontbijt.

“Oh”, zeg ik op zo onbekommerd mogelijke niets-aan-de-hand-toon, “een wantsje, wat leuk!” Het is een jonge wants, van een soort die ik beter niet hardop noem. Als die op de bessen zat, heeft ie twee dagen in de koelkast overleefd. En dan zo levendig voortstappen!?

Het wantsje krabbelt braaf op het door mij gepresenteerde lepeltje en ik zet het buiten in de planten, na een foto te hebben gemaakt. Ik verzeker zoon dat zo’n wantsje geen kwaad kan.

Maar dan zegt hij ineens: “ik ruik die wants nog, kan dat?” Oei. “Laat die bovenste bessen maar liggen, hoor.” Het was een jonge stinkwants, die een naar dood herfstblad riekend stofje verspreidt.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 19 juli 2017)