Wants op pad

Roodpootschildwants Pentatoma rufipes, © Koos Dijksterhuis

Op het fietspad  rust een roodpootschildwants uit, tijdens zijn lange wandeling naar de overkant. Met zijn hoekige halsschild en vierkante schouderpartij ziet hij er stoer uit. Maar twee meter beton is een forse hindernis. Zover als hij kan zien, strekt de stenen vlakte zich uit. En dan brandt de zon ook nog zo heet. Hij is nog maar op een kwart, hij moet nog anderhalve meter. Daar komen weer twee fietsers aan. Het fietspad dwars door natuurmonument Fochteloërveen is een moordende barrière voor het kruipend gedierte. Niet lang geleden is het schelpenpad verhard met twee meter brede betonplaten.

Schallebijters en andere kevers rennen naar de overkant. Ze zijn snel. Toch ligt er elke twee meter een doodgereden kever. Geplette rupsen, regenwormen, sprinkhanen, slakken, een enkele heidekikker. Gelukkig is het zo warm, dat de ringslangen en adders onder het gras blijven. Eind september is doorgaans dé tijd om slangen te zien zonnen. Een fiets plet maar een klein deel van een slang, maar genoeg voor een akelige dood.

Ik blijf naast de roodschildwants staan tot de fietsers gepasseerd zijn, een ouder echtpaar op blinkende fietsen. Nieuwe fietsers naderen al, het is druk. Roodschildwantsen zijn dieren van de nazomer en herfst. Tot in december zuigen ze sappen uit boombladeren. Daarna gaan ze dood. Hun larven gaan de winter in en komen er in de lente weer uit.

Ik zet de wants neer aan de overkant. Verderop staakt een grote kever de strijd. Hij is door een fiets geschampt en met één pootje in het wegdek geperst. Hoelang zou hij rondjes om zijn as hebben gedraaid? Ik maak hem los.