Waarom brandganzen zo noordelijk broeden

Brandganzen. Foto Jeroen Reneerkens
Brandganzen. Foto Jeroen Reneerkens

Wat bezielt brandganzen om naar Spitsbergen te vliegen om te broeden? Ze kunnen ook in Nederland blijven en dat doen er ook veel. Maar in het noorden komt ’s zomers een immens landoppervlak beschikbaar. Daar wordt alle groei en bloei in twee zomermaanden geconcentreerd. De toendra bruist dan van het leven. En je kunt er dag en nacht voedsel zoeken, want de zon ’s nachts gaat niet onder. Je zou als vogel wel gek zijn dat gebied niet te gebruiken.

Er is nog een reden geopperd voor dat noordelijke broeden. De noordpool is arm aan ziekten. Daar lopen vogels minder risico op besmettingen en hebben ze een minder actief immuunsysteem nodig. Dat scheelt energie, die ze in andere zaken kunnen steken. In broeden bijvoorbeeld, en in ruien – de aanmaak van nieuwe veren is een voor vogels kostbare zaak.

Die hypothese is nu bevestigd door biologen van de Rijksuniversiteit Groningen en het Vogeltrekstation in Wageningen. Cecilia Sandström en collega’s publiceerden er afgelopen woensdag over in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE. Dat sommige brandganzen in Nederland broeden en andere op Spitsbergen, maakte het mogelijk het immuunsysteem van de vogels te vergelijken. In Nederland broedende brandganzen hebben in de zomer een vier keer zo actief immuunsysteem als hun soortgenoten op Spitsbergen.

Sandström mat de hoeveelheid witte bloedlichaampjes in ganzenbloed en bepaalde activiteiten in het bloedplasma, die wijzen op natuurlijke antilichamen. In het plasma kunnen bacteriën of lichaamsvreemde cellen onschadelijk worden gemaakt door ze samen te laten klonteren en vervolgens weer uiteen te laten vallen.

Nederlandse ganzen lopen meer risico op ziekten, vogelgriep bijvoorbeeld, en houden ook tijdens de rui hun immuunsysteem actief, terwijl Spitsbergse ganzen dat op een laag pitje zetten.

(Natuurdagboek Trouw maandag 22 dec. 2014)